Meneer de pastoor zei dat de revolutionairen het woud in brand hadden gestoken. Grootvader hield mijn hand vast. De grote markt stond vol mensen. Ze zwegen toen de pastoor sprak.
Tegen de nachtelijke hemel was een grote gloed zichtbaar die zich steeds uitbreidde.
De meester las uit het boek de definitie van het noorderlicht voor. Grootvader, met zijn pantoffels aan, luisterde zonder iets te zeggen. De grote markt stond vol mensen die net uit hun bed waren gekomen. Zodra de meester uitgesproken was, begonnen ze kommentaar te leveren.
Meneer de pastoor zei dat de anarchisten het woud in brand hadden gestoken. Grootvader bleef mijn hand stevig vasthouden. De grote markt stond vol mensen en werd door een grote rode gloed verlicht. Vrouwen gilden en huilden.
Enkele dagen later hebben de guardia civil de meester meegenomen. Grootmoeder zei dat die anarchist, die revolutionair, zijn verdiende loon had gekregen.
uit: Baäl Babylon - Fernando Arrabal

____