maandag 11 september 2006

De humus van mijn antagonismen

De humus van mijn antagonismen, de bron van mijn tegenstrijdigheden, de man die mij verzoende met de versplintering, hoe moet ik hem noemen? Ik ben waarschijnlijk niet de eerste en zal niet de laatste zijn voor wie Wagner en de mythe Wagner cruciaal waren. Wat mijn interesse gaande hield, als een fixatie zonder fixatie, was het grote aantal Wagners, wat me vormde is het veelkoppig orkest dat we Wagner noemen. Geen andere gestalte wist op de terreinen waarvoor ik gevoelig was of meende gevoelig te zijn zoveel brandstof aan te dragen. Hij was zelf een bij elkaar gescharrelde en in elkaar getimmerde, uit weerkaatsingen en reacties, uit herhalingen en stookafval opgebouwde gestalte. Van alle kanten werd ik belaagd, aangetrokken, gefascineerd, overvallen door literatuur, kunst en muziek, wat geschreven stond moest ik dwangmatig lezen en al lezende leerde ik onderscheiden hoe het was opgeschreven, er paradeerden in tijdschriften en boeken plaatjes en reproducties waarop ik figuren en vlakken en kleuren zag die duidelijk verschilden van wat ik in de realiteit rond mij heen had gezien en stap voor stap leerde ik begrijpen dat al dat onwerkelijke, buitenwerkelijke en antiwerkelijke viel onder de noemer kunst, een prachtig woord als je het zachtjes en een beetje achteloos wist uit te spreken – en dan had je de muziek, de muziek op straat en uit de radio, de muziek van de platenspeler en de muziek van feesten en optochten, allerlei soorten muziek waarbij je niet kon beslissen wat je nu het mooiste vond, de slepende, trage en deftige klanken van viool en piano of de gevoelige, boerse uithalen van het voorbijstappend harmonieorkest.

uit: Wagner en ik - Gerrit Komrij


____