zondag 10 september 2006

De sinistere rotonde

In Ras al-Barr is de zee bestemd voor zwemmers en de Nijl voor wandelaars; de grootste wandelboulevard ziet uit op de Nijl, niet op de zee.

Ik moet in mijn leven duizenden kilometers langs de Nijl gelopen hebben. Ik wandelde er ’s ochtends vroeg, en ook ’s avonds, maar ik vond het ook heerlijk om op de oever te zitten en zo de rivier beter te leren kennen.

’s Zomers schreef ik niet, vanwege een allergie aan mijn ogen. Heel vaak liep ik dan ’s avonds langs de weg naar Gizeh, waaraan het paleis van de overleden president Anwar Sadat ligt. En daar liep ik naar de waterkant. Ik nam een leren kussen met me mee en daar ging ik op zitten, zodat mijn kleren droog bleven, en ik keek urenlang naar de Nijl in het maanlicht.

Ik was alleen met de Nijl. Dat herinnert me aan iets wat ik vergeten was: de Nijl was echt mijn aanbedene.

Soms, als de volgende dag een vrije dag was, bleef ik daar niet tot middernacht, maar tot het ochtendgloren. Daarna wandelde ik naar koffiehuis Fisjawi in de oude wijk, om er te ontbijten en de sjisja te roken.

Mijn avonden en nachten aan de oever van de Nijl waren momenten van helderheid en meditatie. Maar ik dacht vooral na over de literaire werken die ik van plan was te schrijven wanneer ik weer aan het werk kon gaan, in de herfst. Voor enkele daarvan was de Nijl een bron van inspiratie.

Maakte u aantekeningen terwijl u daar zat?
Nee, ik had geen pen of papier bij me. En de zomer was niet de tijd om te schrijven en aantekeningen te maken. Die gelegenheden waren er om te mediteren en na te denken. Ik was bij lange na niet de enige die graag bij de Nijl vertoefde. Er kwamen ’s zomers erg veel mensen die op het gras gingen zitten om te zingen of te praten. Waar nu het Casino Kasr an-Niel staat, was destijds geen plekje onbezet, zo druk bezocht was het er.

Toen ik de harafiesh, de vriendenclub, had leren kennen, nam ik ze soms mee naar mijn favoriete plek. Er was daar een rotonde, een soort pleintje, en daar zaten we dan over onze tegenslagen en de desillusies te praten. We waren jong, we hadden nog geen kans gehad om ons literaire of filosofische werk te publiceren; vanwege de pessimistische discussies die we er voerden noemden we het daar ‘de sinistere rotonde’. Op de vraag ‘waar zien we elkaar vandaag?’ antwoordde een van ons: ‘Op de sinistere rotonde’.

Nagieb Mahfoez in gesprek met Mohammed Salmawy [fragment]
uit: Mijn Egypte - Nagieb Mahfoez

Nobelprijswinnaar Nagieb Mahoez (1988) overleed op 30 augustus jongstleden.


____