dinsdag 19 september 2006

Een ingestanst restje rode muizenpels

Onweerstaanbaar nu begonnen opnieuw versneden beelden uit mijn verleden op te doemen.
De jonge uil Nestor die zijn eerste witte oefenmuis onhandig peuterend langzaam verscheurde op het gladde zeil van de overloop in het huis Duinweg 29 te Zandvoort. Voorjaar 1959. Daarna verscheen ikzelf op het marteltoneel, een loden projektiel lancerend uit de windbuks genaamd Weihrauch, dwars door een nietsvermoedende muis heen, in de keuken van het huis Spaarna 70. Een kogel die het afgrijselijke diertje moet hebben getroffen als een mortiergranaat. Winter 1981. Nadat ik het stukje lood uit de vloer had gepulkt bleef er een ingestanst restje rode muizenpels diep in het hout achter. Vervolgens de gezwollen blauwe adertjes van een nest kaalroze muizenbabies, traag wegzinkend in een emmer water. Zomer 1955. Ik moest wel, maar waarom eigenlijk? Daarna doemden de bloederige resten op van door muizen opgegeten muizen in een kweek- en voorraadterrarium, aanvankelijk aangelegd als permanente voedselbron voor de uil Mozes. Voorjaar 1963. Een weeë lucht van ontbinding en bloed begon mij de adem te benemen. Maar het was nog niet genoeg.

Muis [fragment]
uit: Allemaal licht en warmte - L.H. Wiener


____