zaterdag 9 september 2006

Ik heb kelen geopend in de snijkamers

Hij zette het vrouwtje aan het klavier achter de machine. “Luister,” zei hij met zijn verstikte stem.
En onder de pedalen kwam het blaaswerk in beweging; de plooien die aan de keel hingen, zwollen op; de monsterlijke lippen begonnen te rillen en gingen vaneen; de tong deed haar werk en loeiend kwamen er gearticuleerde woorden tot ontploffing:
IN DEN BE-GIN-NE WAS HET WOOR-D
brulde de machine.
“Dat is een leugen,” zei de man. “Het is de leugen uit boeken die men heilig noemt. Ik heb jaren en jaren gestudeerd; ik heb kelen geopend in de snijkamers; ik heb ze gehoord, de stemmen, de kreten, de tranen, de snikken en de preken; ik heb ze wiskundig gemeten; ik heb ze aan mezelf en aan anderen onttrokken; ik heb mijn eigen stem gebroken bij mijn pogingen; en omdat ik zolang met mijn machine heb samengewoond, praat ik net als zij zonder nuances; want de nuance maakt deel uit van de ziel, en die heb ik afgeschaft. Ziehier de waarheid en het nieuwe spreken.” En hij schreeuwde, zo hard hij kon – maar de zin weerklonk als een hees gefluister:
“De Machine gaat zeggen:
IK HEB HET WOORD GESCHAPEN”
En onder de pedalen kwam het blaaswerk in beweging; de plooien die aan de keel hingen, zwollen op; de monsterlijke lippen begonnen te rillen en gingen uiteen; de tong heeft haar werk en het gesprokene ontplofte in een monsterlijk gestotter:
WOOR-D WOOR-D WOOR-D.

De Spraak-machine [fragment] - Marcel Schwob
uit: De fantastische machine : de machine in haar literaire vermomming - Liesbeth van Nes (samenst.)


____