En onder de pedalen kwam het blaaswerk in beweging; de plooien die aan de keel hingen, zwollen op; de monsterlijke lippen begonnen te rillen en gingen vaneen; de tong deed haar werk en loeiend kwamen er gearticuleerde woorden tot ontploffing:
IN DEN BE-GIN-NE WAS HET WOOR-D
brulde de machine.
“Dat is een leugen,” zei de man. “Het is de leugen uit boeken die men heilig noemt. Ik heb jaren en jaren gestudeerd; ik heb kelen geopend in de snijkamers; ik heb ze gehoord, de stemmen, de kreten, de tranen, de snikken en de preken; ik heb ze wiskundig gemeten; ik heb ze aan mezelf en aan anderen onttrokken; ik heb mijn eigen stem gebroken bij mijn pogingen; en omdat ik zolang met mijn machine heb samengewoond, praat ik net als zij zonder nuances; want de nuance maakt deel uit van de ziel, en die heb ik afgeschaft. Ziehier de waarheid en het nieuwe spreken.” En hij schreeuwde, zo hard hij kon – maar de zin weerklonk als een hees gefluister:
“De Machine gaat zeggen:
IK HEB HET WOORD GESCHAPEN”
En onder de pedalen kwam het blaaswerk in beweging; de plooien die aan de keel hingen, zwollen op; de monsterlijke lippen begonnen te rillen en gingen uiteen; de tong heeft haar werk en het gesprokene ontplofte in een monsterlijk gestotter:
WOOR-D WOOR-D WOOR-D.
De Spraak-machine [fragment] - Marcel Schwob
uit: De fantastische machine : de machine in haar literaire vermomming - Liesbeth van Nes (samenst.)

____