Hij had geen zin om de smerige opschriften op de houten wanden van het wc-hokje te lezen, want dat zou de herinnering aan dat prachtige beeld bederven. Hij deed zijn ogen dicht, maar terwijl hij daar zogenaamd stond te plassen, was het alsof hij alle obsceniteiten juist tweemaal zo duidelijk voor zich zag.
‘En?’ fluisterde de Lange toen hij weer binnen was. ‘Wat vond je ervan?’
‘Nou, wat dacht je… Schitterend.’
De ander slaakte een zucht.
‘Ja, inderdaad, schitterend… Maar dan komen nu ook de problemen.’
‘Hoezo?’ vroeg Florian.
‘Nou, denk maar eens na… Het wordt warmer, de zee is spiegelglad, en dan weet je wat er gaat gebeuren… Dan begint het… de mensen willen ervandoor.’
uit: Leven en dood van Florian Mazrek - Ismail Kadare

____