woensdag 27 september 2006

Op straat denken ze dat uw echtgenote uw zuster is

In het begin is alles mooi, zelfs u. U begrijpt het zelf niet, dat u zo verliefd kunt zijn. Elke nieuwe dag brengt zijn lichte lading wonderen. Niemand op aarde heeft ooit zo veel pret gehad. Geluk bestaat, en geluk is heel gewoon: het is een gezicht. Het heelal lacht u toe. Een jaar lang is het leven één opeenvolging van zonnige ochtenden, zelfs op de middag dat het sneeuwt. U schrijft er boeken over. Binnen de kortste keren bent u getrouwd – waarom nadenken wanneer je gelukkig bent? Denken maakt triest; leven, daar draait het om.
Het tweede jaar begint alles te veranderen. Tederheid heeft de overhand gekregen. En u bent trots op het stilzwijgend begrip dat is ontstaan tussen u en uw vrouw: u hebt aan ‘een half woord’ genoeg om te weten wat ze bedoelt. Wat een vreugde, om één te zijn. Op straat denken ze dat uw echtgenote uw zuster is; dat is wel vleiend, maar het mist zijn uitwerking niet. U vrijt steeds minder vaak en u denkt dat dat niet erg is. U bent ervan overtuigd dat uw liefde met de dag sterker wordt, terwijl het einde van de wereld in zicht is. Tegenover uw vrijgezellenvriendjes, die u niet meer herkennen, verdedigt u het huwelijk. Weet u wel zeker dat u zichzelf nog herkent, wanneer u het vanbuiten geleerde lesje opdreunt terwijl u probeert uw ogen af te houden van de bloeiende jongedames, ogentroost op straat?

uit: Liefde duurt drie jaar - Frédéric Beigbeder


____