donderdag 14 september 2006

Wekenlang bladderden hun lippen

In de derde klas van het gymnasium, in 1950, zaten twee jongens die dagelijks als misdienaar optraden in de schoolkapel. Ze gingen woensdag- en zaterdagmiddag, op witte spillebenen, de welpen van de lagere school voor bij ‘een heitje voor een karweitje’. Ze praatten na de les, zich vastklampend aan het klassenboek, graag nog wat na bij de leraren en ze reden op rooms-katholieke fietsen met trommelremmen, voor onze klas uit naar de Kromstaffeesten in Utrecht. Terwijl ik zelf op voorschrift van de moderator tegen aanvechtingen maar steeds meer fietste, waande ik de twee misdienaars kuis als kerken. Zij moeten plotseling, bij toeval ‘het hele erge’ hebben ontdekt, en elkaar dit hebben aangepraat als een speciale exclusiviteit van hen, waaraan geen zonde kleefde. Men kreeg er de geur van heiligheid door. O, de verveling, de verzoeking, de vervoering van ‘ach ja, de jaren vijftig!’ Ik zag hen in de klas, voor mijn ogen, de handen als schroeven rond hun geslachtsdelen nestelen. Onbekommerd draaiden ze dat het een lieve lust was. Daarbij beten ze zich op de lippen, zodat daar allengs diepe scheuren en putjes in verschenen, onderwijl op sommen en zinnen zwoegend. Wekenlang bladderden hun lippen, alsof ze dagelijks tegen de noordenwind in moesten fietsen. Zelfs driemaal per dag slaolie erop hield geen zier. Eindelijk moesten leraren, vader en moeder, of geestelijke adviseurs het doorgekregen hebben, en kwam er voor mij een einde aan het gefascineerd toezien bij dit zonderlinge genieten. Zonderling en zondeloos! Terwijl wij het halve Gooi en Sticht af moesten fietsen om een kapelaan te vinden bij wie het in elk geval heel soms mocht, als je het idee had dat je nog sliep en als er maar niet teveel vet uitkwam.
De lippen van die twee werden weer glad en gezond als vanouds. Ik heb hen wel enige tijd wat vervreemd en wazig zien rondlopen bij het misdienen en het verkennen. De een is gynaecoloog geworden, de ander pastor.

uit: Herinneringen aan mijn rijke roomse jeugd - Martin Ros


____