Bij mijn aankomst was het station Porta Susa bedekt met een grauwe hemel, en ik kreeg de indruk terug te keren naar mijn schulp zonder te worden bezwaard door een obsederende moeder. Niemand verwachtte me, maar ik was geen vreemdeling, ik ademde lucht in die mijn longen meteen herkenden, de mensen die mijn richting uitliepen was ik reeds tegengekomen, misschien, andere keren op mijn wandelingen. Alles was daar, en alles kwam me anders voor. Mijn afwezigheid had niet langer dan een dag geduurd, maar die dag was genoeg geweest om de dingen, de mensen van Turijn, met andere ogen te zien, om de lucht met een nieuwe borst in te ademen. Ik zag alles als door een verrekijker, als op een groot filmdoek.
Ik stond een moment stil voor mijn huis; het leek of ik het voor de eerste keer van buiten zag, ik die het altijd van binnen had gezien. Ik vond het schitterend en smoezelig, met zijn hoge ramen waarachter niets bewoog, met zijn gebarsten en vuile voorgevel. Ik dacht dat de muren zouden opengaan om me het stoffige interieur van onze salon te tonen, de lege plek van de Chinese vaas, mijn moeder… Ik kreeg het idee dat ze me zou kunnen zien, herkennen, maar ik was voor mezelf onherkenbaar. Ik zou tegen haar zeggen: ‘U vergist zich, mevrouw! Dat ben ik… Degene die u noemt is op dit moment in Florence, in een hotel aan het theedrinken. Belt u maar, ze zullen antwoorden dat zijn bagage op zijn kamer is, en zijn pyjama ligt op bed, gereed voor de nacht.’
En hier wordt die smartelijke herinnering geplaatst die me nooit meer verlaten zal. Het is avond, een vroegtijdige winteravond, ik sta voor het hotel waar Chiara logeerde, en op slag heb ik niets meer, niets wat de moeite waard is om voor te leven… Begrijp me goed: ik was daar gekomen vol van een immens liefdesverlangen, het verlangen dat me gedurende de drie dagen van mijn omzwervingen had wakker gehouden, dat me had gediend tot rust en voedsel; ik kon niet meer om die hele last aan liefde mee te slepen, en het enige wezen dat me kon begrijpen en helpen, was verdwenen. Chiara was verdwenen…
uit: De jager met de belletjes - Giuseppe Lo Presti
____