Ik kom u iets vertellen dat heel wonderbaarlijk en verbazingwekkend is, iets allerbijzonderst, iets ongehoords en onvergelijkelijks, iets miraculeus, ongekends en duizelingwekkends; iets buitengewoons en ongeloofwaardigs; iets onvoorziens en geweldigs; iets groots maar ook kleins; iets zeldzaams en alledaags; iets dat van de daken geschreeuwd wordt, maar tot vandaag toe voor velen onbekend is; iets prachtigs, iets dat overal jaloezie zal verwekken; kortom iets waarvan men in het verleden slechts één voorbeeld aantreft en dat voorbeeld is niet eens helemaal juist. Het is iets dat men in Parijs niet geloven kan, hoe zou men het dus in Lyon kunnen geloven? Iets dat iedereen ach en wee doet roepen; iets dat Madame de Rohan en Madame d’Hauterive heel gelukkig zal maken; iets dat zondag zal gebeuren en dat maandag misschien niet gebeurd zal zijn. Ik kán er maar niet toe komen het te vertellen. Raadt u maar, ik geef u drie kansen. Geeft u het nu al op? Nu moet ik het dus wel vertellen. Monsieur de Lauzun trouwt zondag in het Louvre, raadt eens met wie? U mag vier keer raden, tien keer of wel honderd keer. Madame de Coulanges zegt natuurlijk: ‘Nu, dat is wel heel erg moeilijk. Is het misschien Madame de La Vallière?’ ‘Absoluut niet, mevrouw!’ ‘Dan is het dus freule de Retz?’ ‘Geen sprake van, u zit wel heel diep in de provincie.’ ‘Inderdaad, we lopen hier nogal achter, zegt u; het is natuurlijk een meisje Colbert?’ ‘Helemaal niet!’ ‘Is het misschien freule de Créquy?’ ‘U bent er nog niet; ik moet het dus uiteindelijk wel vertellen. Hij trouwt zondag, in het Louvre, met permissie van de koning, mejuffrouw, freule, barones…. Raadt u de naam eens…. Hij trouwt met de prinses, wis en waarachtig, op mijn woord, op mijn woord van eer. Met de eerste vrouwe van Frankrijk, de dochter van wijlen de broer des konings, de kleindochter van Henri IV, de barones van Eu, de markiezin van Dombes, de gravin van Montpensier, de hertogin van Orleans, de prinses, de volle nicht van de koning, de eerste in de rij van troonopvolging, de erfprinses, de enige partij in Frankrijk die ’s konings eigen broer waardig zou zijn.’
Is dat niet een heerlijk onderwerp om over te converseren? Als u nu een gilletje slaakt, als u buiten uzelf raakt, als u zegt dat we u foppen, dat het niet waar is, dat we u een rad voor ogen draaien, dat het maar een flauw bedenksel is, zelfs als u begint te schelden, dan geven we u daar groot gelijk in, want wij hebben precies hetzelfde gedaan. Tot ziens, brieven van anderen die met deze bestelling meegaan, zullen u vertellen of we de waarheid spreken of niet.
uit: Brieven - Madame de Sévigné

____