donderdag 19 oktober 2006

Het idee dat wat volks is goed is

Op mijn elfde heb ik tijdens een schoolfeest Chop-soy Fighting gezongen, terwijl ik met mijn vingers spleetogen trok.

(Op de melodie van Kung Fu Fighting)
Gist’tre zennekik goe gewete
bij de chinees gon ete
mor ik had m’n cens vergete
en toen heegt er op gezete
’t was ambras mè de garçon
omda’k ni betale kon
en toen goot diê vuile smous
me kostuum vol currysaus
dus ge zie da zo van hier
dakkik toen koleirig wier
daarom gooide-n-ik van den toog
recht ne loempia in z’n oog

Ik heb op de redactie gevochten om het concert te mogen verslaan. Niet dat iemand anders kandidaat was. Niemand van mijn collega’s begrijpt mijn voorliefde voor Antwerpse volkskunst. Ze vinden ze flauw, boertig, op het randje van racistisch (en vaak erover). Vooroorlogs vermaak dat enkel nog leeft bij marginalen en oude liberalen.
Ik weet ook niet precies waarom ik ervan hou. Gewoon, omdat het volks is? En omdat ik opgegroeid ben met het idee dat wat volks is goed is? Wat betekent het anders, uit een rode familie te komen? Economisch: niets meer. Sociaal: weinig. Cultureel: alles. Links zijn is: een zijn met de gewone man. Toch? Zelfs al heb ik zelf gestudeerd, zelfs al ben ik schrijver en journalist, het maakt me geen haar beter dan wie de universiteit van het leven doorlopen heeft. Zelfs al spreek ik zelf redelijk algemeen Nederlands, het dialect is een pure, echtere taal, de taal van ruwe waarheid en spontane humor waarin je gedachten en emoties kunt uitdrukken die ik niet eens kan denken of voelen. Zelfs al draag ik zelf sobere kleren, zelfs al hou ik mijn lichaamshaar binnen de perken: ik hou van snorren en tapijtjes in de nek en dikke pensen en gouden kettingen en trainingsbroeken en geblondeerde permanents. Dat is hoe het volk zich kleedt en wie daarmee spot, is alle voeling met de wereld kwijt. De volksmens is een ideaal: recht voor z’n raap, het hart op de tong, als-we-dat-al-niet-meer-mogen-zeggen, ieder-zijn-gedacht-maar-mij-maakt-ge-niks-wijs.
In november 1992 was het afgelopen met De Strangers. De groep bestond toen veertig jaar en was al die tijd geliefd om haar grappige, soms scherpe teksten die de mening van de straat vertolkten. Maar nu was het Vlaams Blok doorgebroken. Zijn bolwerk was Antwerpen, zijn kernpubliek bestond uit volksmensen, fans van de Strangers.

uit: Los - Tom Naegels

____