Het stokje bewoog onmerkbaar. Nauwelijks hoorbaar klonken de eerste tonen van Verdi’s Requiem door de zaal. Schächter kon zich precies het ogenblik herinneren, waarop hij besloot die Requiem te gaan instuderen. De gedachte had hem lang geprikkeld en gelokt. Hij wilde de leugenachtigheid van de dwaze ideeën over rein en onrein bloed, over superieure en inferieure rassen aantonen, en wel juist in een joods kamp, juist door middel van de kunst, waarin men de werkelijke waarde van de mens het beste kon herkennen. Hij wilde een bont allegaartje bijeenbrengen en dan moesten ze maar komen horen wat een kunstwerk je van een dergelijke cocktail kon maken.
En juist met het Requiem van Verdi. Italiaanse muziek, een middeleeuwse Latijnse tekst, een oeroud katholiek gebed, joodse zangers en musici uit Bohemen, Oostenrijk, Duitsland, Nederland en Denemarken, velen zelfs uit Polen en Hongarije. Een requiem ingestudeerd en gedirigeerd door een ongelovige, een requiem in het concentratiekamp, wat een schitterend idee!
Een grootse gedachte, ze liet hem niet los, hij werd er steeds sterker door gegrepen. Wat de nazi’s met het getto in Theresienstadt van plan waren begreep hij niet en kon geen zinnig mens begrijpen, maar één ding was hen volkomen gelukt. Ze hadden de grootste joodse kunstenaars uit vele delen van Europa in één kamp bijeengebracht. En ze hadden de voorwaarden geschapen die de mens tot diep nadenken dwingen over de fundamentele vragen van leven en dood.
uit: Requiem Theresienstadt - Josef Bor

____