zondag 29 oktober 2006

Leven van tien vogels in de lucht

Er is de laatste jaren een hausse in reisverhalen. En hoewel ik ook wel eens de grenzen overschrijd slaag ik er nauwelijks in om over mijn reizen iets te vertellen en al helemaal niet om er een zinnig woord over te schrijven. Ik weet niet waar ik beginnen moet. Het is allemaal te werkelijk en te afgerond. Het bestaat al. Het is het mooie boek van een ander en op school kon ik ook al niet goed ‘met eigen woorden’ een boek navertellen.
Kon je je reiservaring maar met een klank verwoorden die de belangstellende meteen duidelijk maakt wat je hebt gezien en beleefd.
‘Hoe was het?’
‘Woeaah!’ Of: ‘Traak!’ Of: ‘Flomber!’
Misschien moet er iets overblijven waar je niets mee doet. Waarom zou alles altijd tot op het bot moeten worden afgekloven?
Maar vraag me bijvoorbeeld: ‘Je was in Arstobië, hè? Hoe was het daar?’ en de kans is groot dat ik een antwoord heb.
‘Arstobië bestaat eigenlijk voornamelijk uit de hoofdstad Bedorieviel. Om de stad heen is wat vegetatie van paardebloemen, varens en vetplanten. Daarin houdt zich de wangzakspringmuis schuil. En wat de stad zelf betreft: Woeaah! In Bedorieviel ratelen dag en nacht de bokkewagens over glazen bruggen. De matrassen zijn er gevuld met sigarettefilters. Om drie uur ’s middags wordt het donker en meteen weer licht. De armen leven er van spijkers op laag water, de rijken van tien vogels in de lucht. Toen ik er was werd Bedorieviel geteisterd door een wandelende-takkenplaag. Om ze te vangen had men op iedere straathoek terrariums opgesteld. Er draaien films die het hele leven duren…’
En zo gaat dat dan maar door, als je niet uitkijkt.

Verre reizen [fragment]
uit: Eetlezen - Remco Campert

____