Anaxagoras, zoon van Hegesibulus, werd tussen 500 en 497 v. Chr. geboren in Clazomenae, een Ionisch stadje in de buurt van Smyrna. Zijn leermeester was Diogenes van Apollonia, de opvolger van Anaximenes, en zoals alle door de Milezische School beïnvloede filosofen bracht hij meer tijd door met het kijken naar de hemel dan met het behartigen van zijn eigen belangen. Zijn familie was wanhopig: ‘Beste man,’ zeiden ze, ‘waarom zorg je niet voor je bezittingen?’ waarop hij antwoordde: ‘Waarom zorgen júllie er niet voor?’ En zo besloot hij, om van het gezeur af te zijn, alles aan zijn familieleden te schenken. De jonge Anaxagoras voelde zich in wezen alleen gelukkig wanneer hij op zijn dooie piere eentje bovenop de Mons Mimas naar de sterren kon zitten kijken. Op die top bracht hij, gehuld in een wollen denken, en omringd door de meest absolute stilte, lange nachten in de open lucht door. Toen een stadgenoot hem eens verweet dat hij niet genoeg van zijn vaderland hield, antwoordde hij: ‘Dat is helemaal niet waar, ik houd veel van mijn vaderland!’ waarop hij met zijn vinger naar de lucht wees.
uit: Geschiedenis van de Griekse filosofie : de presocraten - Luciano De Crescenzo

____