maandag 23 oktober 2006

Vermoedens van tak en teen en twijg

Glas, glas, glas, ze is er steeds in driewerf
raam. Hij ziet haar nu in buitenissig blauw
gekleed, vanochtend had ze nog iets anders
aan. Hij slaat zijn tamboerijn tot bloedens
toe, de melodie kleurt rood, de hemel bloost
de wolken bloot; was het maar vast lente!

Eerst dacht hij nog dat lucht vermoedens
had van tak en teen en twijg. Niet zo gauw,
meneer, als deze wind van noordnoordoost
westwaarts wil gaan draaien is de schade
niet te overzien. Ze heeft haar lippenverf
op de muur gesmeerd in een consequente

uiting van dédain. Is ze dan verwaarloosd,
in de steek gelaten?

De rinkelbom VI [fragment]
uit: De rinkelbom : gedichten - Chris Honingh
____