Rond middernacht werd het wat koeler; Fox drukte zich tegen me aan, hij ademde regelmatig. Soms werd zijn slaap verstoord door dromen; dan bewoog hij met zijn poten alsof hij een hindernis nam. Ik sliep erg slecht; mijn onderneming leek me steeds onzinniger, en tot mislukking gedoemd. Toch had ik er absoluut geen spijt van; ik had trouwens gemakkelijk rechtsomkeert kunnen maken, de Centrale Stad oefende geen enkele controle uit, gevallen van desertie werden over het algemeen toevallig ontdekt bij een levering of een noodzakelijke reparatie, en soms pas jaren later. Ik kon teruggaan, maar daar had ik geen zin: de eenzame, alleen door intellectuele gedachtewisselingen onderbroken routine die mijn leven uitmaakte en tot het einde toe zou hebben uitgemaakt, leek me nu ondraaglijk. Er had geluk moeten komen, het geluk van brave kinderen, dat gewaarborgd had moeten worden door de naleving van de kleine procedures, de geborgenheid die daaruit voortvloeide, de afwezigheid van pijn en gevaar; maar het geluk was niet gekomen en de gelijkmoedigheid had tot versuffing geleid. Van de zwakke genoegens van de nieuwe mensen draaiden de meest constante om organiseren en klasseren, om het samenstellen van kleine, ordelijke verzamelingen, het minutieuze, rationele verplaatsen van kleine voorwerpen; die genoegens waren onvoldoende gebleken. Bij het plannen van de uitdoving van de begeerte in boeddhistische zin had de Opperzuster erop gerekend dat er een afgezwakte, niet-tragische, louter op behoud gerichte energie zou blijven bestaan, die zorg zou blijven dragen voor de voortgang van het denken – een denken dat minder snel maar nauwkeuriger, want helderder was, een
verlost denken. Dat verschijnsel was slechts in verwaarloosde mate opgetreden, en onze gedesincarneerde generaties waren juist overspoeld door droefheid, melancholie en kwijnende, uiteindelijk dodelijke apathie. Het duidelijkste bewijs van het echec was wel dat ik Daniel1 op het eind benijdde om zijn lot, zijn tegenstrijdige, heftige weg, de hartstochtelijke liefde die hem had beroerd – hoezeer hij ook mocht hebben geleden, en hoe tragisch zijn einde al met al ook was geweest.
uit: Mogelijkheid van een eiland - Michel Houellebecq
Houellebecqs meest ambitieuze romanproject tot nu toe valt jammerlijk tegen door zijn langdradigheid, de slordige psychologische tekening van de figuren, het ontbreken van overtuigende dialogen en de wat dilettantische doorwerking van een handvol takken van de hedendaagse wetenschap. Ook de al te verlekkerd beschreven erotische spinsels van Houellebecq gaan snel vervelen. Aldus wordt een briljant uitgangspunt - de uitgetelde hedendaagse westerse maatschappij, becommentarieerd door een cynische komiek en diens hoogwaardige klonen - verkwanseld. Mogelijkheid van een eiland is al met al toch een aanrader, om tijdens het lezen van de scherpste, meest geïnspireerde passages (en dat zijn er door de dikte van het boek natuurlijk nogal wat) te proeven wat een meesterstuk dit had kunnen worden met de medewerking van een vaardige eindredacteur.
____