Verdeeld over de cafés Quadri en Florian leefde een hele Europese gemeenschap haar laatste uren. En niet alleen Fransen. Franz-Joseph, de oude boom in het bos, zou alles meenemen in zijn val. De Oostenrijkse grote heren zakten naar Venetië af in afwachting van de bronsttijd van de herten, voordat ze weer noordwaarts gingen naar hun dozijn kastelen in Steiermark of in Tirol; gekleed in jaeger, met een mosgroene hoed op de leeghoofdige schedel in een loden cape, trokken zij een spoor van Russisch leder en van magnolia van de Borromeïsche eilanden, die het best werd nagemaakt door Pivert, de parfumeur van Napoleon III – zijn kinderen waren onze vrienden. Deze Oostenrijkers, Czernin, Palffy of Festetics, leverden in Reisekostüm de laatste hengsten aan het adellijke Europa: Rocksavage, Howard de Walden en Westminster in Londen; Beauvau of Quinsonas in Frankrijk; Florio of Villarosa in Italië namen hen ten voorbeeld, probeerden hen te evenaren in onverschilligheid, voornaamheid en verleidelijkheid. Je hoorde bij de Procuratie niet anders dan: ‘Ik kom uit Pommersfelden, van Caprorola, uit Arenenberg, uit Knole, uit Stupinigi, van Huis ten Bosch, uit Kedelston…’ Oostenrijk-Hongarije, niet één natie maar tien; het was de bloem van Europa; Engeland met zijn lords die al vier eeuwen lang trouwden met de dochters van kolenhandelaren, kon niet een tiende van de Oostenrijkse adelskwartieren op een rij krijgen; het Duitsland van Bismarck dat verrijkt was door de grote joden die zijn fortuin hadden gemaakt, Italië dat nog beefde voor de schim van Rakovsky, de Balkanstaten die naar Venetië kwamen om daar af te kijken bij wat Norpois ‘de gunstelingen van de Blauwe Salon’ had genoemd, hadden alleen maar oog voor Oostenrijk; Venetië leefde onder de schijnwerpers van de witte pakketboten van de Oostenrijkse Lloyd, de heersers van de Adriatische Zee, en het was Strauss om wiens deuntjes nog steeds verzocht werd als wij ’s avonds over de rechthoek van de piazza San Marco heen en weer liepen. Venetië behoorde bijna aan deze Oostenrijkers, door de Triple Alliantie, door het verbond van Italië met Wenen en Berlijn. Had Bonaparte niet als eerste in Campo Formio Venetië cadeau gedaan aan Oostenrijk, in weerwil van de richtlijnen van het Directoire?
