Zij zei dat hij een bord soep over haar uitgekeerd had en hij zei dat zij het botervlootje op zijn hoofd uitgesmeerd had maar de rechter bleef ernstig kijken, net als de koning en de koningin naast hem. Niets van wat zij tegen de rechter zeiden maakte ook maar enige indruk op hem. De rechter bestond slechts uit een zwarte toga en een paar ingelijste ogen. Het was alsof hij zelfs niet hoorde wat zij vertelden, zo was hij in zijn eigen gedachten verzonken. Die rechter sloeg nooit eens met zijn hamertje zoals in Amerikaanse speelfilms, dat hamertje bleef daar werkloos op zijn plankje liggen hoewel er een hoop onzin werd uitgekraamd en grove leugens en halve waarheden en er zaken werden verteld die er met de haren bij gesleurd waren en er eigenlijk niets mee te maken hadden todat de advocaat van zijn vrouw een briefje op tafel legde waarop K. zwart op wit geschreven had: ‘Laat mij a.u.b. met rust. Je bent een wolf in schaapsvacht!’ Dat was vast een schoolvoorbeeld van een grote belediging zoals vermeld in artikel 231 van het burgerlijk wetboek al mat het briefje slechts vijf bij tien centimeter en had hij het inderhaast neergekrabbeld als een bezetene die wanhopig riep naar zijn geliefde dat hij haar niet liefhad, zoals je op een deur bonkt die niet opengaat, altijd maar harder, eerst omdat ze je zouden horen daarna uit wanhoop om die onverschilligheid! En dankzij hem had zij nu een geschreven bewijs in handen waaruit ondubbelzinnig bleek dat hij haar had beledigd. En de bijziende rechter bekeek het briefje en hield het omhoog terwijl hij K. aankeek alsof hij naar gelijkenissen zocht tussen het verwarde handschrift en de haardos van de mens die voor hem zat en die tot zoiets in staat was gebleken.
‘Had u daar nog iets aan willen toevoegen?’ vroeg de rechter plots. Toen hij van wal wou steken, de toespraak zou geven die hij in gedachten al zo vaak geoefend had, een ‘I had a dream-speech’ die alles ten goede zou keren en waardoor de wereld eindelijk de onrechtvaardigheid zou zien waarvoor ze al decennialang blind was geweest, toen onderbrak de rechter hem terwijl hij nog maar één woord gezegd had en verzocht hem streng om te gaan staan als hij het woord tot het Hof richtte.
