maandag 18 december 2006

Het was daarbinnen net de Vesuvius, of Herculaneum en Pompeï

Ik vloekte en schold en sloeg alle mogelijke smerige taal uit. Het kunnen vijf minuten zijn geweest, maar ook wel zeven, en ’t kunnen ook wel eeuwigheden zijn geweest, – ik weet het niet. Ik holde maar kriskras rond door die benauwde ruimte. De hele tijd hield ik een hand tegen m’n keel en ik smeekte mijn God mij toch niet te vernederen.
En tot Karatsjarovo aan toe kon mijn God mijn gebed maar niet verstaan, - de inhoud van het glas klotste nu eens ergens tussen m’n pens en m’n slokdarm, dan weer kwam de hele boel naar boven, dan zakte de zaak weer een eind naar beneden. Het was daarbinnen net de Vesuvius, of Herculaneum en Pompeï, het deed denken aan de saluutschoten op één mei in de hoofdstad van mijn land. En ik leed vreselijk en zond het ene gebed na het andere op.
En pas bij Karatsjarovo vernam mijn God m’n gebed en verhoorde het. Alles kwam tot rust en werd stil. En als bij mij de boel eenmaal stil en rustig is geworden, dan blijft het ook zo. Geloof dat maar. Ik koester hoge achting voor de natuur, het zou lelijk zijn de natuur haar geschenken en te retourneren… Ja.
Ik streek m’n haar een beetje glad en ging weer terug naar de coupé. De andere mensen keken me zo’n beetje onverschillig aan, met ronde ogen waar geen enkele uitdrukking in leek te liggen… Ik mag dat wel. Ik mag het wel dat de mensen in mijn land van die lege, uitpuilende ogen hebben. Dat boezemt me een gevoel van gerechtvaardigde trots in. Ik kan me wel voorstellen wat voor ogen ze dáár hebben. Waar voor geld alles te koop is:… dar heb je diep weggescholen, bijna onzichtbare, hebzuchtige en doodsbange ogen… Devaluatie, werkloosheid, verpaupering…. Daar kijken ze knorrig en wantrouwig en altijd en eeuwig ligt er iets bezorgds en gekwelds in hun blik – zulke ogen heb je in de wereld van Handje Contantje…
Nee, dan de mensen hier! Die hebben nog eens ogen! Ze puilen altijd zowat uit hun hoofd, maar er is geen spoor van gespannenheid in te bekennen. Volkomen gespeend van elk gezond verstand – maar wat een kracht! Wat een geestkracht!

uit: Moskou op sterk water - Venedikt Jerofejev

____