dinsdag 19 december 2006

Krachtens een soort aartsvaderlijk prerogatief

Mutton was als een lokaas dat in een vijver wordt gegooid waar in geen dertig jaar is gevist. Onmiddellijk nadat hij het Genootschap had overgenomen, werd hij besprongen door jongeren die niet met hun ouders overweg konden maar wel behoefte hadden aan een volwassene in hun leven. Kinderen vertelden hem wat ze nog nooit aan iemand hadden verteld: dat hun vader zwaar dronk en hen sloeg. Ze kwamen bij hem met dromen die hij moest interpreteren. Ze stonden in de rij voor de deur van zijn kamer, wachten tot zij aan de beurt waren voor een persoonlijk gsprek, eronder gebukt gaand dat zij niet degene waren die de mazzel had met hem onder vier ogen te kunnen praten en in het besef dat zelfs hun vreugde als ze eindelijk in de werkkamer werden toegelaten de pijn van het lange wachten niet meer goed zou maken. Jan en alleman gebruikte drugs. Kinderen namen slokken uit de ginfles van hun vader en vulden die dan bij met water, gebruikten op de wc’s op school lsd, rookten fijngesneden bananenschillen, slikten de antihistaminen van hun ouders en de nitroglycerine van hun grootouders, werkten misselijkmakende hoeveelheden nootmuskaat naar binnen, vulden lege melkpakken met bier en dronken in het openbaar, bliezen wietrook in afzuigkappen of de absorberende isolatie van souterrainplafonds en gingen vervolgens naar de kerk. Drie jongens uit goede families werden in de kerk op heterdaad betrapt met een joint. Mutton zat urenlang bij een van de oprichters van het Genootschap die onlangs was ontslagen uit een psychiatrische kliniek, waar hij was opgenomen na een aanval van waanzin na overmatig lsd-gebruik, en trachtte diens woorden te volgen. Toen een meisje van het Genootschap Mutton vertelde dat ze op een feestje dronken was geworden en vlak na elkaar met drie jongens van het Genootschap naar bed was geweest, riep Mutton alle vier jongeren bij zich op zijn werkkamer en liet de jongens krachtens een soort aartsvaderlijk prerogatief alle drie hun excuses aanbieden. Een ander meisje, wier ouders haar aan de tand hadden gevoeld over de voorbehoedsmiddelen die ze in haar slaapkamer hadden gevonden, weigerde met hen te praten tenzij Mutton erbij was als bemiddelaar. Hij was deels peetvader en deels tovenaarsleerling en raakte betrokken bij het leven van steeds meer gezinnen.

uit: De onbehaaglijkheidsfactor : een persoonlijke geschiedenis - Jonathan Franzen

____