zaterdag 16 december 2006

Vanavond ga ik mijn gebedje in bed opzeggen

‘Mag ik een kaars?’
‘Nee. Ssst. Je moet gaan slapen.’
‘Mag de deur dan openblijven?’
Ze rolde zich tot een bal op, maar ze kon niet slapen. Overal in huis klonken voetstappen. Het huis zelf knarste en kraakte. Van beneden klonken luid fluisterende stemmen. Op een gegeven moment hoorde ze tante Beryl in lachen uitbarsten en even later hoorde ze Burnell luid trompetteren toen hij zijn neus snoot. In de hemel buiten het raam zaten honderden zwarte katten met gele ogen naar haar te kijken – maar ze was niet bang. Lottie zei tegen Isabel: ‘Vanavond ga ik mijn gebedje in bed opzeggen.’
‘Nee, dat kan niet, Lottie.’ Isabel was niet te vermurwen.
‘God vindt alleen goed dat je het in bed opzegt wanneer je koorts hebt.’ En dus zwichtte Lottie:

‘Voor ik slapen ga, o Heer,
Kijk welwillend op me neer,
Wil me hoeden voor het kwade,
Neem me op in Uw genade.’

En toen lagen ze rug aan rug, met billetjes die elkaar net raakten, en vielen in slaap.

Beryl Fairfield stond zich uit te kleden in een poel van maanlicht. Ze was moe, maar ze deed net of ze veel vermoeider was dan in werkelijkheid – ze liet haar kleren vallen en duwde met een loom gebaar haar warme, zware haar naar achteren.
‘O, wat ben ik moe – doodmoe.’
Ze sloot even haar ogen, maar haar lippen glimlachten. Haar adem ging in haar borst op en neer als twee wiekende vleugels. Het raam stond wijd open; het was warm en buiten in de tuin liep ergens een jongeman, donker en slank, met spottende ogen, op zijn tenen door de struiken; hij voegde de bloemen samen tot een groot boeket, sloop onder haar raam en hield het voor haar omhoog. Ze zag zichzelf vooroverbuigen. Hij duwde sluw lachend zijn hoofd door de glanzende, wasachtige bloemen. ‘Nee, nee,’ zei Beryl. Ze wendde zich van het raam af en liet haar nachthemd over haar hoofd glijden.

uit: Prelude - Katherine Mansfield


____