vrijdag 8 juni 2007

Hoe smaller de reep scherptediepte

De foto is een beetje vierkant en het meisje zit er plechtig middenin. Het decor is onderdanig, geen rommel, alleen bleke muren met licht en schaduw. Het meeste licht komt van rechts, het is het licht van een venster. Aan de andere kant is nog een venster, maar dat staat verderaf. We kunnen de belichting zien in haar ogen. Er is veel licht, want de pupillen zijn klein (in vroegere fotostudio’s mat men het licht met een instrument dat de grootte van de pupillen van een kat registreerde). In het ene oog is er één lichtpunt en in het andere zijn er twee. Ze zijn een beetje vochtig.
Het toestel bevond zich lager dan haar neusje. In die tijd werden veel foto’s gemaakt met rolleiflex-achtige toestellen. Het was een twee-ogig reflextoestel waarbij men het beeld bovenaan de camera kon zien op een matglas. Met dit fototoestel fotografeerde men vanuit de buik en vierkant. Later, toen de Japanse kleinbeeldtoestellen de markt veroverden, fotografeerde men van op ooghoogte en rechthoekig. Het verschil is niet alleen het verschil van een techniek, het was een andere manier van kijken, een andere generatie.
Met de oude toestellen was het niet eenvoudig om scherp te stellen. De fotograaf moest goede hebben. Trouwens, hoe groter het toestel, hoe groter de brandpuntsafstand en hoe smaller de reep scherptediepte in beeld. Bij deze foto ligt de scherpte iets achter de ogen van het meisje. Bij haar oren. Eigenlijk zijn haar ogen een beetje onscherp. Dat is heerlijk. Het is deze onscherpte die haar blik bevochtigt. Het maakt haar ogen iets groter, met een haast onmerkbare sluier. Een ingebouwde privacy-factor.
De foto kreeg met de jaren bijkomend gewicht. Hij is een beetje vettig, er kleven vingerafdrukken op en zelfs achteraan zijn er al wat kringen en gelige plekken. Bovenaan zijn er drie punaisegaten en een aureool. Op die plaats is de foto jarenlang bedekt geweest. De foto is als een icoon, de afbeelding van iets waardigs dat bij het interieur hoort. Bij de mensen.

Er is een tegenstelling tussen de eenvoud en het waardige. Op het moment van de opname was er niets aan de hand. Het meisje was gewoon zichzelf. De achtergrond was daar en het licht was het licht van elke dag. De foto’s binnen zijn vaak rustiger dan de foto’s buiten, de foto’s van iemand die in een stoel zit zijn breder dan de foto’s van iemand die staat, de foto’s van de meisjes die in het objectief kijken zijn indringender dan de foto’s van de meisjes die er naast kijken. Het zijn honderd kleinigheden die deze foto zo indrukwekkend maken. En plots gebeurde het. De vader maakte de foto en zag pas later hoe hij was. Alles speelde mee, de foto was gelukt. Dit is gewoon geluk.

Er zijn veel mensen die niet één mooie simpele foto hebben van zichzelf. Omdat hun vader met zijn toestel niet afgedaald is tot onder hun neus, omdat ze teveel rommel hebben in hun interieur, omdat er nooit tijd was. Omdat ze geen geluk hebben.

Geluk [fragment]
uit: De allermooiste foto van de wereld - Johan de Vos

Het gaat in bovenstaand fragment over de foto die als omslagbeeld van dit boek werd gebruikt.


____