maandag 14 januari 1935
Een type. Hij was een gezet mannetje wiens lichaam meeschokte met zijn woorden. Als hij daar stond in zijn werkbroek met zijn buik vooruit zijn woorden wegsmijtend met een opwaartse zwaai van zijn hoofd, scheen hij een machtige vogel met kleren aan, en deze indruk werd nog versterkt wanneer je zijn hoofd en profil zag, want dan werd je oog getroffen door de forse curve van zijn prominente neus, en het tamelijk lage voorhoofd daarboven, dat op zijn beurt weer bekroond werd door een plukje haar. Hij sprak bij voorkeur over de narigheden van het huwelijk, een epithalamische fuga waarin klacht en waarschuwing elkaar afwisselden. Het was een half serieuze, half schertsende beschuldiging, want de aanklager was al snel in een huwelijk terechtgekomen dat kinderloos bleef omdat hij bang was voor een prematuur vaderschap. Toch was hij de tederheid van die hartstochtelijke maanden voor zijn trouwen nooit vergeten.
zondag 27 januari 1935
Sneeuw maakt ons bewust van de stilte, want van al die miljoenen vlokjes verwachten wij geluid. Ook de paradox van de ‘monotone variatie’ wordt door de sneeuw verhelderd: dit gestage vallen van identieke vlokjes, ieder met zijn eigen grillige baan. Zo kunnen wij ook kijken naar het opkomen van de vloed, de verkeersstroom in een drukke straat, of luisteren naar het geluid van een beekje. Een deel van de aantrekkingskracht van poëzie ligt in de variatie op een monotoon grondpatroon: het oor blijft zo gespitst, het kent het basistempo en wordt geïntrigeerd door de modificaties daarin. De monotonie in muziek – speciaal in dansmuziek – ligt natuurlijk in het vaste baspatroon waarop het ‘gebouwd’ is. Het grootste deel van het genot dat wij ontlenen aan de jazz komt voort uit het monotone ritme onder de melodie.uit: Dagboek van een stervende - William Soutar

____