Inmiddels is het 6.08 uur. De stilte wordt verscheurd door de telefoon die gaat, u neemt op en verneemt het droevige nieuws dat de neef aan wie u juist dacht, is overleden. Geen mens zal kunnen nalaten een verband te leggen. Zie je wel, dat is nu het bewijs dat zoiets als voorgevoel echt bestaat! Wie zou het durven ontkennen? Nee, dit kán geen toeval zijn. Misschien sturen mensen die sterven dan toch telepathische boodschappen naar de levenden die ze verlaten. Enzovoort.
Laten we dit geval eens van dichterbij bekijken. Het probleem is als volgt te formuleren: hoe groot is de kans dat we, puur toevallig, vernemen dat iemand is overleden, binnen vijf minuten na aan die persoon te hebben gedacht – los van een of andere paranormale invloed? Om dit probleem concreet op te lossen, moeten we twee dingen weten: het aantal personen van wier dood we horen in bijvoorbeeld een jaar tijd, en het aantal keren dat we in diezelfde tijdsspanne aan deze personen denken.
Laten we uitgaan van heel voorzichtige schattingen om ons resultaat extra geloofwaardig te maken.
Eerste schatting: we kennen – ‘kennen’ in ruime zin, zoals iemand de koningin kent – tien personen van wie we in één jaar vernemen dat ze zijn overleden.
Tweede schatting: we denken in datzelfde jaar slechts één keer aan elk van die personen.
Laten we een concrete persoon kiezen uit de groep van de tien personen aan wie u in een jaar heeft gedacht. Ergens, waar ook in het jaar, bevindt zich het moment waarop u aan die persoon heeft gedacht. Hoe groot is de kans dat we horen dat die persoon is overleden in het korte tijdsbestek van de vijf minuten waarbinnen onze gedachte op die persoon was gericht, wetend dat een jaar 105.120 intervallen van vijf minuten telt?
Als we willekeurig, met onze ogen dicht, een balletje gooien op een schaakbord met 105.120 vakjes, waarvan er maar eentje rood is, hoe groot is dan de kans dat dat balletje precies in het rode vakje belandt? Het antwoord is uiteraard 1 kans op 105.120. Dat wil zeggen dat het wel heel onwaarschijnlijk is.
Bestaat voorgevoel dan toch? Even wachten, niet te haastig! Om te beginnen moeten we ook de andere negen personen meerekenen die in het gegeven jaar zijn overleden. Voor al die personen gaat dezelfde som op bij de berekening van de kans ‘gedachte-overlijdensbericht binnen 5 minuten’. Ook dan is de uitkomst uiteraard 1 kans op 105.120. Conclusie: de opgetelde kans – de som van de 10 kansen – dat zo’n gebeurtenis zich voordoet, is 1 op 10.512. Dat is nog altijd erg gering.
Toch moeten we onthouden dat er echt niks bijzonders met ons aan de hand is en dat onze naasten ook hersens hebben en kunnen denken. We bedoelen maar: kijken we naar alle Nederlanders en Vlamingen samen, de allerjongste kinderen niet meegerekend, dan bestaat de groep mensen die dit in een jaar overkomt 1/10.512 x 20 miljoen = 1902 personen! Stom toeval levert dus ergens in Nederland en Vlaanderen dagelijks ruim 5 van deze voorgevoelens op! Genoeg om het fabeltje in stand te houden, vooral als je beseft dat onze schattingen in het begin erg voorzichtig waren en dat de werkelijke uitkomst flink hoger zal uitvallen. Anders gezegd: het is bijna onmogelijk om in onze kennissenkring iemand te vinden die zoiets niet heeft meegemaakt.
Berichten over zulke voorgevoelens zijn dus wijd verbreid en hebben niet te maken met ‘voorgevoel’. Als het zich bij louter toeval niet voordeed, dán pas zou er sprake zijn van iets paranormaals!
uit: Magie van het gezond verstand : wetenschap, wonderen en paranormale verschijnselen verklaard - Georges Charpak en Henri Boch

____