Ik draag graag een hoed en alleen al om die reden kijk ik, als ik over straat loop, eerder naar beneden dan naar boven. Daarvoor ben ik meestal ook te veel in gedachten. Niks bijzonders hoor, gewoon wat je noemt kleine zorgen en dagdromen. Ik weet werkelijk niet waarom ik die ochtend, terwijl ik toch stevig doorstapte, plotseling de ingeving kreeg om naar boven te kijken. Misschien hoorde ik iets?
Het ging zo verschrikkelijk snel. Voordat ik goed en wel in de gaten had dat het een mens was die daar viel, kwam het meisje met een keiharde klap boven op een geparkeerde auto terecht, nog geen twintig meter van me vandaan. Ik was niet de enige die de schrik van zijn leven kreeg, al denk ik wel dat ik de enige ben geweest die haar echt heeft zien vallen.
Het is eigenlijk een gek idee dat ik dit meisje nooit gekend heb, behalve in de laatste drie seconden van haar leven. En hoe kort het ook was, ik ben de laatste die haar in leven heeft gezien. Ze moet op slag dood zijn geweest, ze bewoog tenminste geen vinger meer nadat ze was neergekomen.
Een of andere lomperik nam direct een foto van haar, terwijl ik met een aantal mensen nog in verbijstering stond te kijken. Ze was prachtig om te zien en zag er echt chic uit. Ze mankeerde zo te zien niks en tegelijk was het iedereen duidelijk dat ze morsdood was.
Diezelfde avond zag ik de foto’s in de krant en hoewel ik het die fotograaf niet gauw vergeef dat hij die foto zomaar genomen heeft, zonder zelfs maar na te gaan of ze nog te redden viel, ben ik voor hem voor die foto toch wel dankbaar. Ik heb hem uitgeknipt en in mijn kamer thuis aan de muur gehangen.
Ik zou willen dat ik dit meisje op wat voor manier dan ook had kunnen redden. Stel dat ik haar de dag tevoren had ontmoet en dat ze me over haar problemen zou hebben verteld, dan weet ik zeker dat we die samen hadden kunnen oplossen.'
De voorbijganger
____
