dinsdag 7 oktober 2008

De beklaagde in zijn zinken kuip

Toen het feministische tribunaal de allereerste keer vergaderde, werd de bot in een lage, ongeveer anderhalf bij twee meter grote kuip door vier assistentes de zaal binnengerold en pal tegenover het gerecht neergezet. Licht van boven scheen op hem neer. Er hadden net zo goed karpers in de kuip kunnen zitten, die zo in leven werden gehouden, tussen Kerst en Nieuwjaar.
Zolang de akte van beschuldiging werd voorgelezen, lag de bot zonder een vin te bewegen plat op de verzinkte bodem van zijn kuip, alsof hij niets te maken had met het verwijt dat hij sinds het eind van de Jonge Steentijd als adviseur uitsluitend én met opzet ten nadele van de vrouwen de zaak der mannen zou hebben gediend. De vrouwen negeerden hem. Pas toen de voorzitster van het tribunaal, dr. Ursula Schönherr, erop aandrong dat hij zou reageren op de aanklacht, klonk via luidsprekers zijn weerwoord. De bot weigerde ook maar één verklaring af te leggen zolang hij in dermate smerig onfris en bovendien kwikhoudend Oostzeewater moest liggen. Zonder zijn toegewezen verdedigster in te schakelen zei hij: ‘Dat lijkt als twee druppels water op de foltermethoden die wij meer dan genoeg van de moderne klassejustitie kennen; het is ieders taak, ook van de feministische beweging, daartegen ten strijde te trekken.’ Bovendien moest, zo zei hij, de discriminerende lamp boven hem worden uitgeschakeld, ‘en wel ogenblikkelijk!’
De zitting moest worden verdaagd. Voortaan werd iedere dag met British Airways in blikken vers Noordzeewater aangevoerd. Een van de bijzitsters, Beate Hagedorn, die in het Aquariuim van de Berlijnse dierentuin haar practicum als biochemica deed, had de controle over de verversing.
Niet meer beschenen door een lamp boven hem, was de bot bereid zich te verdedigen. Maar terwijl men nog bezig was met de bespreking van de neolithische periode in het leven van de legendarische vis en de drie borsten van de heersende godin Auwa verhandelde, tekende de beklaagde in zijn zinken kuip opnieuw protest aan: De metalen bodem stoorde hem. Omdat hij nu eenmaal gewend was plat uitgestrekt te liggen, had het zink een slechte uitwerking op zijn conditie. Zijn zachte en gevoelige onderkant reageerde op vreemd metaal allergisch. Hij kon zich niet voldoende op de procesgang concentreren. Niet enkel water was zijn element. Niets was er om zich in neer te vlijen. Hij miste zand. En wel uit de Oostzee. Dat soort en ook alleen maar dat soort zand wenste hij. Zolang het hem niet was gepermitteerd zijn natuurlijke behoeften op gepaste wijze te bevredigen, hoefden ze op zijn medewerking bij dit in ieder ander opzicht historisch te noemen proces niet te rekenen. Hij vond de manier waarop zij hem vasthielden wel ongeveer het summum. Tenslotte stond hij niet voor een fascistische krijgsraad.
Opnieuw moest het proces worden onderbroken. Oostzeezand werd per vliegtuig aangevoerd. Maar al tijdens de verhandeling van het Bronzen en IJzeren Tijdperk (tot de invoering van het christendom) – de kwesties Wigga en Mestwina – protesteerde de beklaagde weer. Hij wilde niet dat men hem als een aquariumvis met gedroogde vliegen en geprepareerd voer uit een zakje voerde en misschien wel op ronduit criminele wijze drugs toediende. Hij eiste vers voer, geen drogerijen. De hem toegewezen stagiaire uit het Aquarium kon het blijkbaar niet aan. Hij adviseerde haar om hulp te zoeken in Cuxhaven of Kiel, bij instituten voor het onderzoek van vissen of visserij. Wat hij verlangde, was in de grond van de zaak vanzelfsprekend.

uit: De bot - Günter Grass

____