zaterdag 18 oktober 2008

Geen overeenstemming tussen de grote mogendheden

De mondiale tegenstellingen tussen de club van autocraten en de democratische as hebben verregaande consequenties voor het internationale bestel. Is het nog wel mogelijk om over een ‘internationale gemeenschap’ te spreken? Deze term impliceert overeenstemming over internationale gedragsnormen, een internationale moraal, een internationaal geweten zelfs. In het huidige tijdsgewricht bestaat op dat vlak geen overeenstemming tussen de grote mogendheden. Ten aanzien van de grote strategische vraagstukken – moet er in een land worden geïntervenieerd, moet het sancties krijgen opgelegd of moet geprobeerd worden het diplomatiek te isoleren – is er geen internationale gemeenschap meer die bijeengeroepen of geleid kan worden. Dit kwam overduidelijk naar voren tijdens de Kosovo-oorlog, die tot verdeeldheid leidde tussen het liberale Westen enerzijds en China, Rusland en talloze andere niet-Europese autocratieën anderzijds. Op dit moment is het zichtbaar in de kwesties rond Darfur, Iran en Birma.
Wanneer het om grensoverschrijdende vraagstukken als ziekte, armoede en klimaatverandering gaat, zou men verwachten dat de grootmachten, ondanks hun uiteenlopende belangen en wereldvisies, tot samenwerking in staat zouden zijn. Maar zelfs deze kwesties worden gecompliceerd door hun onderlinge tegenstellingen. Meningsverschillen tussen de democratieën en China over de vraag of en hoe aan de hulpverlening in Afrika voorwaarden moeten worden gesteld, ondergraven de strijd tegen de armoede. Geopolitieke afwegingen beïnvloeden internationale onderhandelingen over de beste aanpak van de klimaatsproblematiek. Net als de Indiërs stellen de Chinezen zich op het standpunt dat de geavanceerde westerse industrielanden, die hun huidige welwaartsniveau bereikt hebben na tientallen jaren de lucht te hebben verontreinigd en schandalige hoeveelheid broeikassen te hebben uitgestoten, nu aan anderen hun recht op dezelfde groei willen ontzeggen. Beijing verdenkt het Westen ervan dat het de Chinese groei aan banden wil leggen en China’s opkomst als grootmacht wil vertragen.

uit: De terugkeer van de geschiedenis : de liberale democratie en de opkomst van het nationalisme - Robert Kagan


____