‘Zoals ik al zei, hij belt u terug.’
Sam keek even op naar de gezichten van de dichtstbijzijnde PowerPoint-figuren. Het was waar dat hij weleens iets gedaan had op freelancebasis, en voor zijn zionistische epos had hij interviews afgenomen. Maar nu dempte hij zijn stem.
‘Het gaat hierom,’ zei hij. ‘Mijn Google wordt steeds kleiner.’
‘Pardon?’
‘Mijn Google. Ik googel op mijn eigen naam en het wordt steeds minder.’
‘Dat kan. Er gaan regelmatig pagina’s offline en dan worden ze niet meer vermeld.’
‘Ja, dat snap ik, maar het begint uit de hand te lopen. Ik zat ooit tussen de drie- en de vierhonderd. Nu zit ik om en nabij de veertig,’ loog Sam.
‘Ik ben bang dat we daar niets aan kunnen doen, meneer. Als ik zo vrij mag zijn, misschien moet u eens proberen iets opvallends te doen. Schrijft u iets. Begin een weblog.’
‘Dat heb ik geprobeerd, heus, dacht u soms dat ik het niet geprobeerd heb? Maar ik bel omdat ik dacht dat u misschien het algoritme kunt aanpassen.’
____
