In de achttiende eeuw was pokken een gevreesde infectieziekte. De slachtoffers hielden er meestal lelijke putten en littekens aan over, als ze het al overleefden. Als jonge dokter in opleiding hoorde Edward Jenner melkmeiden zeggen dat ze niet geïnfecteerd konden raken met pokken omdat ze de koeienpokken al hadden. Koeienpokken is een onschuldige ziekte die zweertjes veroorzaakt op de uiers van koeien, en wie ermee geïnfecteerd raakt, krijgt zweren op zijn handen. Jaren later herinnerde Jenner – nu gediplomeerd arts in Gloucestershire – zich dit voorval. Hij besloot uit te zoeken of er enige waarheid school in deze boerenwijsheid.
In 1796 nam hij wat vocht van de zweer van een melkmeid die aan koeienpokken leed en injecteerde het vocht in de arm van een gezonde achtjarige jongen – zoiets zou vandaag de dag als onethisch beschouwd worden! Zeven weken later infecteerde Jenner de jongen met wat vocht uit de zweer van iemand die aan pokken leed. De jongen kreeg geen symptomen van pokken. De koeienpokken hadden hem immuun gemaakt voor de pokken. Na testen op verschillende andere kinderen, waaronder zijn eigen elf maanden oude zoon, publiceerde Jenner in 1798 zijn bevindingen. Hij noemde het proces vaccinatie (van het Latijnse vacca, koe). Vaccinatie vond al snel wereldwijd plaats, maar de eerste reactie was hoon. In 1802 verscheen een spotprent van James Gillray, een bekende tekenaar, waarop ‘verschillende eigenaardige gevolgen’ van vaccinatie te zien waren, zoals mensen met koeienkoppen.
In 1980 verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie dat onze planeet vrij was van pokken.
Edward Jenner (1749-1823) [fragment]
