dinsdag 28 oktober 2008

Nachtelijke acties tegen toevallige voorbijgangers

Wat in het westen sadisme werd genoemd, droeg in zijn wereld een eenvoudiger en banaler naam. Oorlogshelden en bullebakken, buurmannen die kinderen altijd aan hun oor trekken zodra er een bal op hun erf valt of wanneer ze hen betrappen op het stelen van kersen, dronken echtgenoten die hun vrouw slaan, woeste vaders, politieagenten in nachtelijke acties tegen toevallige voorbijgangers, postbodes die belangrijke brieven met opzet op verkeerde adressen bezorgen of vrolijk telegrammen met overlijdensberichten brengen, rechercheurs en grafdelvers die de gouden spullen van doden wegnemen, ongetrouwde wiskundeleraren, tjetniks die zich twintig jaar na de oorlog nog verbergen in kloven, schoolconciërges die kleine meisjes betasten, kapiteins eerste klasse in kazernes van Oost-Servië, verkrachters en moordenaars, spionnen voor de moskee, waarzeggers die erwten op tafel gooien en een mijnongeluk voorzien dat morgen, over drie maanden of over vijf jaar zal gebeuren, moskeemuizen die de hodja melden in welke huizen er brandewijn wordt gedronken, jongemannen die voor de winkel bier drinken en de zwakbegaafde Pizma uitjouwen, gepensioneerden die ’s nachts met geweren op katten schieten, want het is februari, die beesten krollen en daardoor kunnen zij niet slapen, portiers bij de ingang van het comité, portiers bij de ingang van de polikliniek, stukken onbenul die kleine meisjes overhalen om een hand in hun zak te steken – ‘er zit een snoepje in’ – rij-instructeurs die god vervloeken wanneer een leerling de motor laat afslaan, caissières die een kind zijn kauwgom afpakken omdat hij vijf para te weinig heeft, maniakken op nachtelijke busstations, voorbeeldige leerlingen die hen die hun huiswerk niet hebben gemaakt verklikken, hondenvangers, slagers zonder duim, dronken magazijnbedienden die flessen sap openmaken en erin spugen, bruidegoms met verstandsverbijstering die de rok van de bruid optillen – zodat de getuigen kunnen zien hoe de markt erbij ligt, menselijke monsters, vaders die hun dochters kaalscheren omdat ze een dikke onvoldoende heeft gekregen en een jongen heeft gezoend en moeders die tegen hun kinderen zeggen ‘voel maar, dan zie je hoe fijn het is!’ en hun de hete strijkbout toesteken – opdat de kinderen leren hoe heet het is; hij had ze allemaal gekend, van ze gehoord of was bang geweest dat die bakerpraatjes werkelijkheid zouden worden, maar het waren geen sadisten en wat ze deden was geen sadisme. Sadisme was iets heel anders. Net als communisme. Een woord dat iets betekent en ook weer niet, maar gemakkelijk en vaak wordt uitgesproken, wanneer mensen iets willen zeggen, maar ook wanneer ze praten en niets willen zeggen.

uit: Buick Rivera - Miljenko Jergović

____