Uiterst belangrijk is bij Stephen Kassandra ook het thema van de ontmoeting: hij vindt dit vluchtig moment, deze vonk die overspringt tussen twee onbekende wezens het meest dramatische ogenblik in een mensenleven.
Hoe merkwaardig was het dan ook, precies in de hals van Stephen Kassandra’s chalet de Pygmalion van Delvaux aan te treffen. Met dit schilderij, waarin Delvaux de gegevens van de legende omkeert en elke dialoog tussen de apollinische efebe en de verliefde vrouw vermijdt, lijkt Stephen Kassandra zijn bezoekers op een profetische wijze te waarschuwen.
Van Pygmalion is het voor Stephen Kassandra trouwens maar een kleine stap naar de lesbische vrouwen of naar de Californische Gay Bars die zijn vriend Hockney zo graag frekwenteert. De vrouwen in Kassandra’s werk zijn één met de natuur en van onthutsing komen ze tot extase. Maar ook hier is de lezer telkens medeplichtig aan hun sensueel genot…
Het karakteristieke bij Stephen Kassandra is evenwel dat er nergens sprake is van enige perversiteit, maar wel van een gevoelige gratie die doet denken aan de Zangen van Bilitis of aan Sappho.’
Mijn nota’s bevredigden me nog niet helemaal. Wat was bijvoorbeeld de precieze relatie tussen Tina en Stephen? Hoe hadden ze elkaar ontmoet? Wat fascineerde een zo jong meisje in een achtenzestigjare man? En dan waren er nog die porno-videotapes.
Kortom: wie was Stephen Kassandra?
Ik strekte me uit op het bed, maar slaagde er niet in de slaap te vatten. Aan donsbedden heb ik altijd een hekel gehad. Een hele tijd lag ik onrustig te woelen. Tenslotte viel ik in een nerveuze slaap. Vreemde, mythologische vrouwen achtervolgden me en boden me hun zware borsten aan. Nu eens leken ze op mijn vrouw, dan weer op Tina. De sombere vogel van de waanzin fladderde door de kamer. Als een archaïsche offerande omklemde ik mijn penis en bood de mysterieuze bachante het offer van mijn zaad aan.
____
