De gebieden waarop de menselijke creativiteit zich het duidelijkst heeft gemanifesteerd, kunnen grosso modo tot vier herleid worden. Het eerste gebied is het gebied van de communicatie. Het scheppen van talen met hun grote verscheidenheid en ingewikkelde structuren is een wonderbaar verschijnsel in de geschiedenis van de mensheid. Niet alleen werd hierdoor het overdragen en meedelen van gedachten en gevoelens mogelijk, maar werd het denken zelf voorgoed mogelijk gemaakt. De taal is wel een der wonderbaarste en meest paradoxale scheppingen van de menselijke geeest.
Als tweede gebied moet het veelzijdig terrein van de kunst worden genoemd. Vanaf de voorhistorische tijden heeft de mens een “onbaatzuchtig welbehagen” (I. Kant) ervaren door het uitdenken van versieringen en tekeningen op gebruiksvoorwerpen of op muren van grotten. Alle volkeren hebben kunstige voorwerpen vervaardigd, die op sommige momenten tot wonderen van schoonheid hebben geleid.
De vorming van de polis, de ordening van de gemeenschap, de opbouw van de moderne staat en, daarmee verbonden, de economische en organisatorische bedrijvigheid, vormen een derde terrein waarop de menselijke creativiteit tot uiting kwam. Deze ordening van de samenleving vertoont vele aspecten en blijft een permanente uitdaging voor nieuwe inventiviteit.
Ten slotte is er het terrein van de natuurverkenning en de techniek. Juist op dit gebied werden op onze dagen zulke grote vorderingen gemaakt dat zij, ook wegens hun samenhang met het economische leven, alle andere vormen van de menselijke creativiteit schijnen te verdringen en aan ons leven een ander uitzicht hebben gegeven. Het ging van werktuig tot mechanica, van mechanica tot technologie, van technologie tot elektronica, van elektronica tot mechatronica en niemand weet waar deze creativiteit haar hoogtepunt of einddoel zal bereiken. Soms hebben wij de indruk dat wij nog maar aan het begin staan en de echte doorbraak (ook in de richting van de ruimtevaart) nog ver in de toekomst ligt. Daarbij moet ook de biomedische engineering gerekend worden, die totaal nieuwe terreinen voor inventiviteit heeft geopend. Op alle gebieden wordt koortsachtig gewerkt en haast iedere dag wordt ons gemeld dat op een of ander gebied vooruitgang is geboekt en perspectieven voor verdere vooruitgang openliggen.
Wat is de zin van die onoverzienbare bedrijvigheid? Door welke krachten worden wij voortgedreven? Wat is het doel dat wij onbewust nastreven? Welke immanente finaliteit, welke verborgen bedoeling ligt aan heel deze onderneming ten grondslag? Deze vragen kunnen wij slechts met vermoedens en gissingen beantwoorden.
____
