donderdag 13 november 2008

Als je het niet gewend bent dat de regering, het recht, de maatschappij of zelfs de geschiedenis op jouw hand zijn

Ik voelde me heel ver verwijderd van alles wat ik gekend had, een vreemdeling in dat witte betonnen huis met al dat vreemde Portugese meubilair uit het koloniale verleden, en het vreemde oude sanitair in de badkamer, en toen ik ging slapen zag ik de sprookjesachtige kegelvormige rotsen, de rechtse asfaltweg en de Afrikaanse voetgangers weer voor me – langer dan ik ze die dag in werkelijkheid had gezien.
Ik putte troost uit Ana, uit haar daadkracht en gezag. En zoals ik nu, zoals je misschien wel hebt gemerkt, Sarojini, op jou steun, zo steunde ik in die tijd, vanaf het moment dat ze erin had toegestemd dat ik bij haar in Afrika zou zijn, op Ana. Ik koesterde een heel speciaal geloof in haar goede gesternte. Dat had deels te maken met het feit dat ze een vrouw was die zich aan mij had gegeven. Ik geloofde dat zij op een heel wezenlijke manier werd geleid en behoed, en dat mij geen kwaad kon overkomen zolang ik bij haar bleef. Het hangt misschien samen met onze cultuur dat mannen, al lijkt het wellicht niet zo, eigenlijk een vrouw zoeken op wie ze kunnen steunen. En als je het niet gewend bent dat de regering, het recht, de maatschappij of zelfs de geschiedenis op jouw hand zijn, moet je natuurlijk wel geloven in je goede gesternte, omdat je anders doodgaat. Ik weet dat jij de radicale genen hebt van de oom van onze moeder en dat je daar anders over denkt. Ik wil je niet tegenspreken. Ik wil je alleen vertellen waardoor ik in staat was met iemand die ik nauwelijks kende mee te gaan naar een gekoloniseerd land in Afrika waarvan ik weinig meer wist dan dat het er moeilijk te begrijpen ideeën over ras en de samenleving op na hield. Ik hield van Ana en geloofde in haar goede gesternte. Die twee dingen gingen samen. En omdat ik weet dat jij, Sarojini, ook zo je denkbeelden hebt over de liefde, zal ik dit uitleggen. Ana was belangrijk voor me omdat ik van haar afhankelijk was wat mijn opinie over mezelf als man betreft. Je begrijpt wel wat ik bedoel, en ik denk dat we dat liefde kunnen noemen. Daarom hield ik van Ana, vanwege het grote geschenk dat ze me had gegeven, en daarom geloofde ik evenzeer in haar goede gesternte. Ik zou haar overal gevolgd zijn.

uit: Een half leven - V.S. Naipaul

____