zondag 18 januari 2009

De wereld is niet voor de mens gemaakt.

De wereld is niet voor de mens gemaakt.
De mens domineert de natuur en wordt erdoor gedomineerd. Hij is de enige die zich niet alleen tegen de wetten van de natuur verzet, maar ze tevens overwint en die door zijn wilskracht en inspanning zijn gezag uitbreidt. Maar om te zeggen dat de schepping voor de mens is gemaakt, is weer een hele andere kwestie. Alles wat hij opbouwt is even efemeer als hijzelf: de tijd ruïneert zijn bouwwerken, verstopt zijn kanalen, reduceert zijn kennis tot niets en wist zelfs de namen van zijn volkeren uit. Waar is Carthago? Waar is Ninevé? Men beweert dat elke generatie erft van degenen die vooraf zijn gegaan – in dat geval zou er geen grens zijn aan de vooruitgang of de vervolmaking van de mens. Maar het is allesbehalve zo dat de mens de kennis die zich in de loop der eeuwen heeft opgestapeld, ongeschonden in handen krijgt; mogelijk verbetert hij bepaalde uitvindingen, maar in andere gevallen blijft hij ver achter bij de uitvinders, en een groot aantal uitvindingen is verloren gegaan. Wat hij aan de ene kant wint, verliest hij aan de andere. Ik hoef er niet op te wijzen hoezeer bepaalde zogenaamde verbeteringen een kwalijke uitwerking hebben gehad op de moraal of zelfs het welzijn van de mens. Sommige uitvindingen hebben, door het opheffen of verminderen van de noodzaak van werk en inspanning, ons geduld om tegenspoed te verdragen en de ons geschonken energie om die te overwinnen doen afnemen. Andere verbeteringen, waardoor luxe en ogenschijnlijk welzijn vooruit zijn gegaan, hebben een funeste uitwerking gehad op de gezondheid van hele generaties, op hun lichamelijke prestaties, en hebbens tevens moreel verval teweeggebracht. De mens ontleent aan de natuur vergiften, zoals tabak en opium, om ze aan te wenden als middelen voor ons botte genoegen. Hij wordt ervoor gestraft door het verlies van zijn energie en door geestelijke afstomping. Hele volkeren zijn gereduceerd tot een soort heloten door het buitensporige gebruik van dat soort stimulerende middelen en sterkedrank. Naarmate volkeren een zekere graad van beschaving bereiken, blijken ze te verslappen, vooral in hun principes omtrent moed en moraal. De algehele verwekelijking, waarschijnlijk als gevolg van de toename van de geneugten van het leven, brengt een snelle degeneratie met zich mee, de verwaarlozing van de traditionele pijler, namelijk het nationale eergevoel. In dergelijke omstandigheden is het moeilijk om aan onderwerping het hoofd te bieden. Er zullen altijd volkeren zijn, op hun beurt hongerend naar genot, of gedreven door barbaarse motieven of door moed en ondernemingsgeest, die zich willen verrijken ten koste van gedegeneerde volkeren. Een dergelijke voorspelbare catastrofe levert soms een verjonging op van het overwonnen volk, zoals een storm verwarring zaait maar de lucht zuivert. Het lijkt of door zo’n orkaan nieuw zaad in een uitgeputte grond wordt gezaaid; soms spruit er een nieuwe beschaving uit op, maar het duurt eeuwen voor de serene kunsten opbloeien die de mores van het bestaan zullen verzwakken en op hun beurt zullen ontaarden, waardoor de eeuwige opeenvolging van allure en ellende ontstaat, die enerzijds getuigt van de zwakte van de mens, maar anderzijds ook van de uitzonderlijke kracht van zijn genie.

12 september 1854
uit: Ik heb het niet over middelmatige mensen : dagboeken en brieven - Eugène Delacroix

____