Het vreemde zwijgen hield aan terwijl Mr. DeFoe poogde zich aan de hinderlijke constructie van de dwarsbalk aan te passen en zoveel mogelijk van diens last op de steunpalen te verplaatsen. Robin Varkenskop, die ondanks zijn jicht naar Cornhill was getrokken, kwam op mij toegehinkt.
‘Mr. Creech,’ fluisterde hij, zich het voorhoofd afwissend, ‘ik heb een voorgevoel dat u moeilijkheden krijgt.’
Daar begon een vrouw te schreeuwen; en een hoerageroep weerklonk: ‘DeFoe!’ en daarbij sloten zich weer andere kreten aan, ‘Ffooe!’ en ‘DeFoe!’ en ‘Hallo!’ en daarbij kwam de echo van de hoge huizen aan beide kanten van de straat, zodat het schalde over het hele plein, alsof er een reusachtig roofdier uit zijn kooi gebroken was dat dreigend in onze richting brulde. De paarden van de garde werden onrustig, de constabels bezorgd en mij scheen het het beste de menigte van het schavot te laten wegduwen, maar ook weer niet te ver opdat de actie van mijn troep schelmen en boeven die op een later tijdstip was bepaald haar uitwerking niet zou missen. Tot die tijd, hoopte ik, zouden de aanwezige vertegenwoordigers van de geestelijkheid en van de betere standen de man aan de schandpaal het vuur na aan de schenen leggen. Echter in plaats daarvan verscheen van alle kanten vrouwvolk, de meesten jong en meer dan één van twijfelachtige zede, die bonte ruikers en kransen meevoerden. De nietsvermoedende soldaten lieten de vrouwen passeren, waarop deze onder het heisa en hopsa van de menigte en onder de meest schuine moppen ten koste van de Kerk en de rechterlijke macht, het schavot begonnen te bekransen. Tegelijkertijd kwamen uit de kroegen en herbergen uit de buurt diverse lieden en zij verzamelden zich bij de schandpaal waar zij hun kruiken en flessen in de lucht hieven en de gevangene boven toedronken en hem als een dappere kerel en moedige vent ‘lang zal hij leven’ toezongen en uitriepen: ‘Ga zo door, Mr. DeFoe!’ en ‘Wij zijn met u, Mr. DeFoe!’ en ‘De kortste metten, dat is het beste!’
Robin Varkenskop kwam weer aangehompeld.
uit: Het schotschrift, of Koningin tegen DeFoe : naar de aantekeningen van een zekere Josiah Creech - Stefan Heym

____