zaterdag 17 januari 2009

Het is ons voorlopig dus ontzegd elkaar te spreken

Leven van mijn leven,
mijn aanbeden Nininho,
Ik schrijf je dit ten einde raad, want de storm die ik zo had gevreesd is inderdaad losgebarsten.
Mijn vader weet het nu. Die jongeman heeft, na wat er gisteren is gebeurd, vandaag alles aan mijn vader verteld en heeft ons daarbij uitgemaakt voor alles wat mooi en lelijk is. Mijn vader natuurlijk meteen naar huis, naar mijn moeder, en die zei hem in haar wanhoop dat ze nergens van wist. Hij had mijn vader gezegd dat je iemand was van kantoor, dat ik er daarom was weggegaan, dat ik al verkering met je had toen ik nog met hem omging, en dat ik met je over straat loop en dat ik gisteren nog met je naar Mademoiselle was gegaan, dat hij je met iemand had zien staan praten. Enfin, je kunt je voorstellen dat mijn vader razend was, hij zei tegen mijn moeder dat ze dat heel goed in de gaten moesten houden en dat hij niet wilde dat ik je op straat spreek als het waar is wat die jongen zegt dat ik verkering met je heb. Mijn moeder zei dat ze er niets van wist en dat ze haar handen in onschuld waste.
Mijn vader zei dat hij met me moest praten. Nauwelijks was mijn vader weg of een tijdje later komt die jongen bij ons aan de deur en vraagt naar mijn moeder want hij wilde haar spreken, nou, daarna begon hij een verhaal af te steken, je hebt geen idee, hij zei dat hij allang wist dat ik omgang had, en met wie, hij gaf een beschrijving van je, zus en zo, hij zei tegen mijn moeder dat ik nauwelijks wist dat hij van alles op de hoogte was, dat hij zelfs wist dat jij van het kantoor was weggegaan waar ik werkte, enfin, hij vertelde mijn moeder van alles en nog wat, mijn moeder werd kwaad op hem want hij zwoer tegen mijn moeder bij de ziel van zijn vader zaliger dat hij zich zou wreken, ze mochten hem een schurk noemen dat kon hem niets schelen, want tot nu toe was hij dat niet geweest maar van nu af kon het hem niets schelen als hij het was, hij zei ook dat mijn moeder tot nu toe een vriend in hem had gehad maar dat ze van gisteren af een vijand in hem had, maar dan ook een vijand die tot alles in staat was, mijn moeder werd echt woedend op hem, noemde hem een schooier en dat hij het niet moest wagen zich te wreken of mij te bedreigen, want dat dit geen liefde van hem was maar een doortrapte inborst, nou ja, het was een scène, je kunt je niet voorstellen, gelukkig dat ik niet thuis was. Mijn vader vroeg aan mijn moeder waar het kantoor was en Mademoiselle, want hij wilde me beloeren. Mijn moeder, het arme mens, helemaal in de zenuwen, wist niet wat ze moest doen, wist niet of het misschien beter was dat ik wegging van kantoor en thuis zou blijven en toen ging ze maar naar mijn zuster om te zien wat die het beste vond. Mijn zus zei haar dat ze het idioot vond mij van kantoor te halen. Toen ik vandaag om zeven uur bij mijn zus kwam wist ik nog van niets en mijn zus vertelde me alles en zei me dat wat ik het beste kon doen, dat was jou te schrijven en je alles te vertellen precies zoals het was gebeurd en dat we elkaar voorlopig niet op straat moesten spreken, zelfs niet heel eventjes zodat mijn vader niet de kans kreeg iets te zien en ook niemand hem iets kon vertellen, zo zou mijn vader me van geen kant kunnen pakken, want als hij me ooit met jou op straat betrapt heb ik die schande te verduren want dan scheldt hij me de huid vol en als ik die schande niet op straat te verduren krijg dan rekent hij thuis met me af, dat kan ik verwachten van de kant van mijn vader, en ook van de kant van die jongen want die kan me ook uitschelden en op straat te schande maken, dus mijn zus zei dat ik je dat allemaal moest uitleggen en dat we moesten afspreken elkaar aan het raam te zien, want op die manier heeft mijn vader geen kans er iets van te zeggen, en dat we elkaar een tijdje alleen moeten schrijven totdat deze zoveelste crisis voorbij is. Ik vind dat ze gelijk heeft. Ben je het ermee eens Nininho? (Jij zult altijd mijn lieve Nininho zijn, wat er ook gebeurt.)
Nu wacht ik tot mijn vader met me komt praten. Mijn zus heeft me aangeraden niet te ontkennen want dat zou nog erger zijn, het zou hem nog kwader maken als ik zou ontkennen, ze zei dat ik moest zeggen dat als hij beweerde dat ik al eerder omgang met je had dat daar niets van waar was, dat ik niet eens kende, maar dat ik je pas nu, nadat ik in Belém was, dat ik je op een dag had ontmoet en dat jij mij aardig had gevonden en je had verklaard, en dat ik, omdat alles nog zo nieuw was, thuis niets had gezegd en dat ik er pas gisteren met mijn zus over had gesproken en haar had gevraagd wat zij ervan vond en dat ze had gezegd dat als ik van je hield dat ik dan goed had gehandeld. Dat zei mijn zus mij dat ze vond dat ik mijn vader moest zeggen, en mij lijkt het ook niet gek, en jij Nininho? Je zult me toch zeggen wat je ervan denkt, ja? Ik ben zo in de war! Dat kun je je wel voorstellen. Ik heb geen avondeten gehad, ook geen souper, en net nu ik een beetje dikker begon te worden ben ik bang dat ik weer ga vermageren. Het lijkt wel of ik het voelde aankomen, ik had zulke nare voorgevoelens, zulke boze dromen, ik was al twee dagen erg prikkelbaar. En dan wat ons nog te wachten staat. God mag het weten. En alles omdat ik van je houd, alsof het een misdaad was van je te houden! Alsof ik niet het recht had van mijn Fernandinho te houden, mijn aanbeden Nininho!
Het is ons voorlopig dus ontzegd elkaar te spreken maar mijn lieveling zal mijn baby’tje toch schrijven en haar voor het raam zien staan, ja? We kunnen per dag de tijd afspreken. Als je morgen bijvoorbeeld om halfacht door mijn straat zou komen zou ik voor het raam staan om je te zien. Ja lieveling? Je moet je erbij neerleggen, zo is het nu eenmaal. We hadden dit alles kunnen vermijden als jij had gewild, en dat was veel beter geweest, maar jij twijfelde aan mijn zuster, nu zie je of het waar was of niet en dan kwetste je me bovendien nog met wat je zei. Wat mijn moeder en mijn zus wilden was precies voorkomen wat er nu gebeurd is, ze wilden dat mijn vader het van óns zou vernemen en niet van die jongen, want wij zouden het zo inkleden dat hij ervan overtuigd was en het ermee eens was, en zoals het nu is gegaan is het veel erger. Als jij nu over niet al te lange tijd met onze plannen zou instemmen, dan zouden we er eerst een tijdje overheen laten gaan om er later over te praten, dat zou veel beter zijn, want nu mijn vader er eenmaal van weet staat hij niet toe dat we elkaar op straat spreken, zoals hij dat ook met Eduardo niet wilde. Ook al zou je niet elke dag willen komen, en ook vanwege mijn lessen, dan zou je hier drie keer in de week kunnen komen, dat is toch niet te veel gevraagd, je zou hier een poosje bij me zijn en dan weer weggaan, je zou hier een uurtje of anderhalf uur kunnen zijn, bijvoorbeeld van negen tot tien of tot halfelf. Ga je akkoord met wat je Nininha je vraagt, ja lieveling? Om het makkelijker te maken dat we elkaar spreken, dat we tenminste een paar momenten met elkaar hebben!
[….]
Lees deze brief heel goed en antwoord dan punt voor punt, zeg me alles wat je ervan denkt, ja? Ik voel me zo droevig! Zo gekweld! Ik heb nergens zin in. Het enige wat ik zou willen is dat ik helemaal de jouwe was en jij de mijne, en dat we gelukkig en in vrede met elkaar leefden.
O, wat een geluk!
Let niet op het papier Nininho, maar ik had vergeten dat er thuis geen papier was en ik wou je hoe dan ook schrijven, en omdat ik tegenover jou geen plichtplegingen ken doe ik het maar op dit papier.
Het is al heel laat maar toch heb ik geen zin om naar bed te gaan, het is al over halfdrie. Ik voel me zo ellendig dat ik je zit te schrijven terwijl de tranen me in de ogen springen. Je komt morgen toch langs om halfacht, hé Nininho? Je ontzegt je baby’tje toch niet het genoegen je althans te zien?!
Schrijf me en zeg me alles wat je denkt over wat ik hier heb gezegd en geef op alles antwoord.
Dag, Nininho van mijn leven, je vergeet me toch niet?
Hartstochtelijke kussen van eeuwig en helemaal de jouwe,
Ofélia.
27-5-1920

51
uit: Liefdesbrieven 1920/1929-1932 - Fernando Pessoa & Ofélia Queiroz

____