Waarom geen twee onbeschreven bladen, vroeg een criticus.
Omdat ik mezelf niet wil herhalen, antwoordde Von Schleissinger. Schrijvers leggen te lichtzinnig een verband tussen schrijven en een boek, zei hij. Ik schrijf graag en ik leid graag het leven van een schrijver, maar zijn dat argumenten om het nageslacht met boeken op te zadelen?
Schrijven is inbreken in de geschiedenis en de perfecte inbreker laat geen sporen na. Ik zoek een nieuwe vorm van schrijven. Een die geen sporen nalaat.
En hoe deed hij dat? vroeg ik de dichter, die dit vertelde.
Hij schreef met zijn vinger in de lucht, zei de dichter.
De grootste denker, aldus Von Schleissinger, is die zonder geheugen. Voor wie alles altijd opnieuw oorspronkelijk is en die geen twee gedachten hetzelfde denkt. Niet het denken maakt de mensen tot wat hij is, maar zijn geheugen. Want dat herinnert hem eraan dat hij denkt. En met schrijven is het precies zo. Het schrift is het geheugen van de taal.
In de sjieke salons van Wenen in die tijd klom hij onverhoeds op een stoel en begon molenwiekend de lucht met lettertekens te doorklieven. Telkens wanneer hij een punt zette, richtte hij zijn vinger dreigend op iemand uit het publiek. Een deel van het publiek vond het potsierlijk, anderen vonden het subliem, maar niemand die er een letter van begreep. Het waren performances avant la lettre.
Daarna begon hij te experimenteren: schrijven in een emmer water, schrijven in een pot inkt, schrijven op brandend papier of schrijven met tabak: de tabaksrook letters laten kringelen in de lucht.
Hij verwekte schandaal toen hij zijn gedicht ‘De Waarheid van de Man’ met zijn tong in de mondholte van een vooraanstaande dame wou graveren. Haar man nam dit niet en eiste een duel.
Akkoord, zei Von Schleissinger.
Kies een wapen, zei de ander.
De stomheid, zei Von Schleissinger. We zwijgen elkaar dood. En hij draaide zijn rug naar de ander die inderdaad verstomd bleef staan.
De dichter kon zo enthousiast over hem vertellen dat ik ook van Von Schleissinger ben gaan houden. Zijn leven sprak me aan. Dat gebeurt mij zelden. Van de meeste mensen spreekt alleen hun dood mij aan.
Het Uur van de Aap [fragment]
