- Ik probeer het model in situaties te plaatsen die heel weinig te maken hebben met zijn werkelijke leven. Dan verdwijnt het voorbeeld al snel. Zijn persoonlijke realiteit houdt dan geen stand. Ik zou bijvoorbeeld iemand kunnen nemen die profvoetballer is, laten we zeggen een man die ik vluchtig ken, en ik zou van hem een filmster kunnen maken. Bij dat soort transposities verdwijnt snel alles wat in het bijzonder te maken heeft met de profvoetballer, en wat er vreemd genoeg in zijn karakter overblijft is iets wat exporteerbaar is. Dit proces mag dan in het eerste stadium interessant zijn, maar het is lang niet zo opwindend als de meer creatieve handeling: je personages de kans geven te groeien als ze eenmaal van hun model losgekomen zijn. De verfijnde opwinding begint als ze bijna even gecompliceerd worden als je eigen persoonlijkheid. Wat dan zijn ze niet langer personages, dan worden het menselijke wezens, een onderscheid dat ik graag maak. Een personage is iemand op wie je greep hebt, je hebt een duidelijk idee van hem, maar een menselijk wezen is iemand wiens karakter blijft veranderen. Net als bij een personage van Forster. In The Deer Park is Lulu Meyers meer een menselijk wezen dan een personage. Als je haar goed bestudeert, zul je zien dat ze in elke nieuwe scène een andere persoon is. Een heel klein beetje anders. Ik weet niet meer of ik dat van meet af aan per ongeluk of opzettelijk heb gedaan, maar op zeker moment heb ik bewust het besluit genomen haar níet in een vooropgezet beeld te laten passen, omdat ze juist in haar veranderlijkheid overtuigend was.
Is Marion Faye een personage of…
- Nee, hij is een menselijk wezen. Iedereen in The Deer Park is een menselijk wezen met uitzondering van minder belangrijke personages als Herman Teppis.
Komen specifieke personages weer in andere romans terug in een andere vermomming?
- In zekere mate. Eigenlijk vind ik het makkelijker een nieuw personage te creëren dan weer met een oud personage aan te komen zetten. Ik denk eerder dat bepaalde thema’s in mijn romans terugkeren, maar daar wil ik nog niet op ingaan.
Hoe bent u aan Marion Faye gekomen?
- Het boek had iets nodig wat er in de eerste versie nog niet in zat, een kwade geest of zo. Je voelde een duistere kracht in het boek. Maar zelfs nu ik dit zo formuleer weet ik dat het niet in overeenstemming is met de ervaring van het schrijven. Ik doe mijn schrijven geweld aan door er zo over te praten. Ik weet niet zeker of er een geloofwaardige manier bestaat om de ervaring van het schrijven van een roman onder woorden te brengen. Misschien is het wel helemaal geen ervaring.
Wat is het dan?
- Misschien is het meer iets als een relatie, zo je wilt – een permanente relatie tussen een man en zijn vrouw. Je kunt in dat verband niet noodzakelijkerwijs spreken van een ervaring, want het bestaat misschien uit diverse ervaringen die allemaal vervlochten zijn met elkaar; of het zijn misschien in feite twee soorten ervaringen die tegengesteld zijn aan elkaar. Ik heb de hele tijd gesproken over personages die bij je ‘opkomen’. Maar heel vaak komen ze helemaal niet op; je slaagt er niet in ze op te laten komen. Een waar je dan mee blijft zitten is het saaie compromis van twee soorten ervaring die in jouzelf bezig zijn strijd te voeren tegen elkaar. Een personage dat briljant had moeten zijn, is oersaai. Of zelfs als een personage eersteklas blijkt, is het mogelijk dat je tweemaal zoveel met hem had moeten willen, of driemaal zoveel.
U spreekt over personages die bij u opkomen, en ik neem aan dat u daarmee bedoelt opkomen vanuit uzelf en opkomen vanuit het concept van uw roman?
- Ze komen ook op uit het boek. Tijdens het schrijven gaat het boek een eigen leven leiden. Het heeft zijn eigen wetten, na een poosje doet het zich als een schepsel aan je voor. Je voelt je een beetje als een baasje met een mooi beest. Ik voel heel vaak iets als schaamte over wat ik met een roman heb gedaan. Ik bedoel niet dat de roman slecht is; ik zeg dat ik het ben die slecht is. Bijna alsof de roman niet echt van mij is, alsof het iets is wat ik heb opgevoed, als een kind. Ik weet wat er in potentie mooi is in een roman van mij. Als een roman af is heb ik heel vaak het idee dat de schoonheid die ik erin zie niet door de lezer gezien zal worden. Ik ben er niet in geslaagd die zichtbaar te maken. Het is heel raar – alsof ik de roman heb laten varen, alsof ik een plicht jegens de roman had die ik niet heb vervuld.
Interview met Norman Mailer [fragment]
____
