Ik zou willen kunnen geloven dat die zuiverheid ons in staat kon stellen te triomferen over de tegenstander die ons is aangewezen, maar de helderheid van geest dwingt me de werkelijkheid onder ogen te zien: deze zuiverheid, hoe oppermachtig ook, kan niets ondernemen tegen de barbaarsheid waarin wij zijn verwikkeld. Ze is slechts een denkbeeldig pantser, een papieren harnas. Onze liefde is een tulen sluier die de kogels niet kan tegenhouden. Laten we ervoor oppassen dat hij niet mijn lijkwade wordt.
____
