‘Waarom niet? Poëtische fantasieën zijn mij net zo goed toegestaan als jou. Ik neem jou heel serieus. Wanneer jij daar voor mijn neus met je benen zit te bengelen zijn dat de mooiste benen die ik ooit heb gezien. Jij maakt me weer jong. Er is een open streep tussen de bovenkant van je kousen en je broekje die me onuitsprekelijk opwindt. Die wil ik eten. Ik kom vanavond bij je.’
‘Je bent grof. Je stelt alleen belang in mijn lichaam.’
‘En toen jij voor de eerste keer met die bovenrand van je kousen voor mijn ogen heen en weer bewoog deed jij dat ook grover dan enige andere secretaresse die ik ooit heb gehad, en dat zegt wat. Jij hebt je zin gekregen met mij. Maar ik moet je eraan herinneren dat ik een oud man ben. Jij bent een kind en je bent aan het spelen met gevaarlijke dingen. Wanneer kinderen met hun spelletjes ernst maken eindigt dat in tranen. Bij volwassenen eindigt het in zelfmoord, echtscheiding, en deliquente kinderen. Wees voorzichtig met wat je doet.’
‘Er liggen maar twintig jaar tussen ons. Jij bent helemaal niet oud, alleen ervaren.’
‘Vergeleken bij jou, ja. Ik vermoed dat ik jong ben in werkelijke ervaring. Toch heb ik mijn doelstellingen, mijn fantasieën. En ik ben ouder dan jij, veel ouder, in jaren. Jeugd is voor mij iets magisch, hoewel die jou een last mag toeschijnen. Want ik ben een kalende oude man, en dat wil ik niet zijn. Ik droom dat jij mij zou kunnen redden en mij weer aansteken met jeugd en hoop en al die dingen die ik de jaren door ben kwijtgeraakt samen met dassen en lefzakdoekjes. Maar uiteindelijk wint de ouderdom het. Dat moet. De ouderdom doet zelfs lust verkeren in as. Ik ben een eerlijk man, en zelfs al gaat het in tegen mijn eigen belang, ik waarschuw je hier en nu dat ik binnen een week of wat een aanval van hoestbuien krijg en dan ga ik terug naar mijn eigen warme vertrouwde bed en vergeet alles over het jouwe. Maar misschien misleid ik mijzelf met de gedachte dat dit je zou kunnen kwetsen? Ik weet zo weinig af van jouw generatie. Alles wat ik tegen je kan zeggen is dat mijn bedoelingen met jou geheen en al oneervol zijn. Als jij de neiging hebt mij serieus te nemen, hou er dan nu mee op. Hou op met je benen voor mijn neus te laten bengelen. Ik ben niet sterk genoeg om je te weerstaan. Dit dieet verzwakt me. Jij profiteert op monsterlijke wijze van een arme zwakke hongerige man. Ik had nooit gedacht echtbreker te zullen worden.’
‘Jij schrijft mij absoluut geen gevoelens toe. Jij ziet me als een soort seksuele aasgier die het op jouw vlees heeft voorzien. Jij bent heel ouderwets. Jij denkt dat als een vrouw enig soort initiatief neemt zij ordinair en waardeloos is. In feite heb ik ter wille van jou heel wat opgegeven omdat ik geloof in mijn eigen gevoelens en bereid ben ervoor te lijden – zelfs jouw verwerping van alles dat niet alleen maar mijn lichaam is. Ik bied jou heel veel en jij draait dat de rug toe.’
‘Ik had van mezelf niet opgemerkt dat ik iets van dien aards deed.’
‘Probeer me alsjeblieft te begrijpen.’
‘Heel goed. Wat heb je me geboden?’
‘Mijn anders zijn. Datgene, wat het ook moge zijn, dat mij verschillend maakt van iedere andere vrouw ter wereld. Dat versmaad jij. Jij ziet mij niet als een persoon, alleen als een vrouw. Ik wil een persoon zijn.’
‘Meisjes die zich inlaten met overspelsituaties moeten leren niet te veel te verwachten.’
____
