‘Nee, we gaan een andere focus proberen, zet de 8 maar op 14.’
Charlie en ik eten alles wat de catering te bieden heeft: kauwgom, kaasijs, klapkauwgom, zalmhamburgers, kauwgom van zalmijs met kip-kaas in sashimi. Plotseling is het half negen en lacht Enrique niet meer.
‘De chemel is wit, wij kunnen met diet weer niet draaien.’
De klant heeft aangegeven dat hij blauwe licht en slagschaduw wilde.
‘Ma che,’ slaat hij door, ‘esta la luz de Dios.’
Waarop Charlie verpletterend antwoordt: ‘Dios is een belabberde belichter.’
Die witte lucht, die kun je na ontwikkeling niet meer schoon krijgen. Als we met dit weer zouden gaan opnemen, dan zouden we beeld voor beeld moeten inkleuren met Flame, en dat kost ruim tien ruggen per dag. Dus wij ontbijten tien keer en wachten af tot de mist optrekt. De tv-producente trekt zich de haren uit als ze naar een Parijse verzekeraar belt om de Weather Day-dekking te laten ingaan. Ik raak niet in paniek: sinds ik ben opgehouden met coke, eet ik de hele tijd.
Tamara, Charlie en ik, wij zijn de Jules en Jim van Florida. Hier vragen de yanks ons onophoudelijk: ‘Are you playing “ménage à trois” (in het Frans in de tekst)?’
Wij drinken de heleochtend Corona’s en blijven maar lachen. Iedereen wordt verliefd op Tamara: ze krijgt 10.000 euro per dag om die chemische reactie bij het mannetjesdier op te wekken. Baarddragers dragen petten en kabels, walkietalkies knisteren in de lichten, lichttechnici zoeken onmachtig het uitspansel af, en wij smeren ons in met factor 40 om de zon aan te trekken. Zware luiken scheiden ons van de werkelijkheid, de wereld is verduisterd. Maar waar is Miami eigenlijk goed voor zonder zon?
‘We moeten vermijden dat die palmbomen in beeld komen: we doen alsof we in Frankrijk zijn, dat moeten we wel voor ogen houden. En anders moeten we matt-painting van populieren en beuken inplannen.’
‘Bravo voor die opmerking Octaaf, je hebt je zojuist nuttig gemaakt. Je hebt in een volzin de prijs van je vliegticket gerechtvaardigd.’
____
