maandag 2 maart 2009

De toenemende greep van het heersende wereldsysteem

Sinds de val van de Muur en het feitelijke einde van de Koude Oorlog hebben verschillende auteurs dit begrip van het vandaag heersende wereldsysteem in detail uitgewerkt. (…)
In Spectres de Marx (1993) vat de Franse filosoof Jacques Derrida deze kritiek helder samen in tien punten:
1. De wereld in zijn geheel lijdt onder een open of verkapte structurele werkloosheid. De oorzaken hiervan zijn onder meer ‘het min of meer goed berekende vrije marktmechanisme’, de nieuwe technologieën en een nieuwe wereldwijde concurrentie. Om deze concurrentie te winnen, moeten de transnationale grote ondernemingen steeds meer een beroep doen op nieuwe arbeidskosten besparende productietechnologieën, waarbij uiteraard niet het behoud van zinvolle betaalde arbeid maar de maximalisering van de winst voorrang krijgt.
2. Dit leidt tot de groeiende massale ellende van de zogenaamde ‘uitgeslotenen’ of ‘nog niet ingeslotenen’ (les exclus et les pas encore inclus). Met andere woorden: de verontrustende stijging van het aantal daklozen, slachtoffers van grondspeculatie en gedegeregulariseerde huurprijzen, de stroom van economische en politieke vluchtelingen (van Zuid naar Noord, van Oost naar West), en het onzekere statuut van de legale en illegale immigranten en bannelingen zijn geen gevolg van een ongelukkig toeval, maar hangen rechtstreeks samen met de toenemende greep van het heersende wereldsysteem.
3. Intussen woedt er een ongenadige economische oorlog binnen de grenzen van de Europese Gemeenschap, die ondanks alle verdragen en plechtige verklaringen voelbaar wordt zodra ook maar een kleine crisis de belangen van een deelstaat of regio bedreigt. Deze economische oorlog bepaalt ook de werkelijke relaties tussen Oost- en West-Europa en, in nog grotere mate, tussen Europa en de Verenigde Staten en tussen deze twee en Japan. ‘Deze oorlog bepaalt alles’: wie deze realiteit verdoezelt of ontkent, kan onmogelijk inzicht krijgen in de ware achtergrond van de huidige internationale diplomatie.
4. Inhoudelijk stoten we op de ingebouwde tegenspraak van de zogenaamde vrije markt: ‘Hoe kan men efficiënt zijn eigen belangen op de wereldmarkt verdedigen en tegelijkertijd de schijn ophouden dat men de “sociale verworvenheden’ van de bevolking wil beschermen?’ Het is de tegenstelling tussen de politiek, die in een democratie nog steeds de consensus of op zijn minst het stilzwijgen van de meerderheid van de bevolking nodig heeft, en de economie, die met totaal andere prioriteiten werkt. Zij die de feitelijke afbraak van de sociale zekerheid voorstellen als een noodzakelijke sanering van de reële misbruiken ervan, maken de mensen (en wellicht zichzelf) iets wijs. Deze operatie wordt voldoende vaag gehouden of onder allerlei onschuldig klinkende namen (zoals ‘de Derde Weg’ of 'de Actieve Welvaartstaat’) verkocht, maar het is helemaal niet zo onduidelijk wie er de prijs voor zal moeten betalen.
5. Door de combinatie van een neokoloniale handelspolitiek en de weigering om de reële kostprijs voor hun producten te betalen, werden steeds meer landen bedolven onder een hopeloze buitenlandse schuldenlast. De rentelasten hiervan bedragen vaak een meervoud van het totale jaarlijkse bruto nationaal product. De saneringspogingen, onder druk van organisaties als het Internationaal Muntfonds, de Wereldbank of de Wereldhandelsorganisatie, verhogen daarbij nog de interne sociale ellende.
6. De internationale markt wordt in toenemende mate beïnvloed en in bepaalde gevallen al beheerst door de internationale wapenindustrie, de wapenhandel, de drugs- en de mensenhandel. (In Mexico alleen al is die drugshandel goed voor meer dan één tiende van het bruto nationaal product.)
7. Ondanks alle non-proliferatieverdragen stellen we vast dat de atoombewapening steeds zelfstandiger wordt en zich uitbreidt, en dat dit noch door de staten noch door het marktmechanisme kan worden gecontroleerd. (Het feit dat de nationale en internationale bewegingen tegen atoomwapens en raketten zo goed als verdwenen zijn, bewijst helemaal niet dat het gevaar ervan intussen verminderd zou zijn. Zie volgend punt.)
8. Meer dan een halve eeuw na de ontzetting van de genocide van joden, Sinti’s en Roma’s beleven we op zovele plaatsen opnieuw angstaanjagende, telkens weer oplevende conflicten tussen volkeren en etnische groepen. Overal ter wereld nemen racisme en extreme vormen van technisch nationalisme toe, alsof we hoegenaamd niets uit het verleden hebben geleerd.
9. We beleven de stijgende macht van de zogenaamde ‘spookstaten’ zoals de maffia en de internationale drugsorganisaties. Deze ‘spookstaten’ tasten niet alleen het maatschappelijk bestel aan en verzieken het normale verkeer van kapitaal (de witwasoperatie), maar ze beginnen al door te dringen tot in de hoogste staatsinstellingen en de internationale organisaties.
10. Het wordt steeds duidelijker dat het internationale recht, waarmee een aantal van de hierboven genoemde gevaarlijke kwalen zouden moeten worden aangepakt, in de praktijk wordt uitgehold en machteloos wordt gemaakt. Dit recht kan zich maar niet losmaken van de oorspronkelijke Europese ideologie van de nationale soevereiniteit en van de feitelijke overheersing van de westerse machten over de rest van de wereld.

Deze lijst, hoe indrukwekkend ook, is verre van volledig. Hij moet bijvoorbeeld nog aangevuld worden met een hoofdstuk over de verschuiving van investerings- naar speculatiekapitaal, waardoor steeds meer kapitaal voor reële ontwikkeling en het lenigen van sociale noden uit de handen van de nationale of internationale arbeid wordt genomen en waardoor de mensheid in zijn geheel verarmt. Of de merkwaardige, onrustwekkende opbloei van het fundamentalisme, dat overal ter wereld het extreme nationalistische chauvinisme legitimeert en versterkt, zoals onder meer bij de joodse kolonisten in Palestina en de superpatriottistische moral majority in de Verenigde Staten, bij de islamistische (wat niet hetzelfde is als ‘islamitische’) terreurgroepen in Algerije en de integristische katholieke aanhangers van het Front National in Frankrijk.

uit: Intelligente emotie - Ludo Abicht

____