zondag 8 maart 2009

Nacht. Kantoor. Telefoongerinkel.

3

Er was weer een werkdag ten einde; allen, jong of oud, man of vrouw, die op de kantoren in het gebouw werkzaam waren hadden de centrale uitgang verlaten en waren naar huis vertrokken. Het aan alle eisen van de moderne tijd beantwoordende, uit grote carré’s van glas, beton en aluminium opgetrokken complex van kantoren lag er nu, in de door maanlicht beschenen nacht, leeg en uitgestroven bij. Het maakte ’n troosteloze indruk. En dan te bedenken dat op de zevende verdieping een tafel kon staan, in een hoek, en dat op die tafel weer een kleedje lag, en dat op dat kleedje weer een telefoon stond die, in het holst van de nacht, eenzaam begon te rinkelen. ’t Was een aangrijpend idee.


4

Het was al een poos na werktijd. Alle mannen en vrouwen van het kantoorcomplex waren naar huis gegaan. Het uiterst moderne, uit glazen platen en blokken beton opgetrokken gebouw lag er leeg en verlaten, ja doods in het maanlicht bij. Op een tafel in een hoek van de zevende verdieping rinkelde eenzaam en aangrijpend een telefoon.


5

Het was na werktijd. De mensen waren naar huis. Het moderne, uit glas en beton gebouwde kantoor lag er in het donker doods en verlaten bij. Ergens op de zevende verdieping rinkelde ’n telefoon.


6

Het was nacht. Het moderne kantoorgebouw was verlaten. Op de zevende verdieping rinkelde ’n telefoon.


7

Het was nacht. Een kantoorgebouw. Er rinkelde ’n telefoon.


8

Nacht. Kantoor. Telefoongerinkel.


Crescendo : acht korte verhalen, of 'n oefening in schrijfeconomie [fragment]
uit: Heremijntijd : exercities & ketelmuziek - Gerrit Komrij


____