Hij was eigenlijk nogal gewoontjes. Toch zou ik wel van de daken willen schreeuwen dat er een goeie levensbeschrijving van hem moet komen. Nu heb ik gemerkt dat zijn biograaf een ziekelijke belangstelling voor zijn leven aan de dag legt. Dus heb ik hem verboden verder te gaan met zijn werk.
Hij wilde het verhaal over het leven van mijn man al over vijf jaar in de winkel hebben. Zoiets kan natuurlijk niet. Het duurt nog decennia voor de inhoud van het werk van mijn man volledig is doorgevorst. Zoals iedereen weet, een grondige analyse van het werk vormt nu eenmaal het onderwerp van een biografie.
Ik ergerde me dat de biograaf totaal niet geïnteresseerd was in het werk van mijn man, maar alleen in diens leven. Ik vind dat een verkeerd uitgangspunt voor een biografie. Dus heb ik mijn medewerking stopgezet.
Hij had alleen oog voor feiten en feitjes, en voor scandaleuze dingen. Die zijn in het leven van mijn man niet voorgevallen. Toen mijn man op zijn tachtigste voor mij, veertig jaar jonger, trouwde en nog vader werd van drie kinderen was hij dezelfde gewone, saaie man die hij zijn hele leven geweest was. Dat zou straks het onderwerp van het laatste hoofdstuk moeten worden?
Een biograaf hoort geen ongezonde nieuwsgierigheid aaan de dag te leggen. Wie weet zal hij straks nog doodleuk opschrijven dat ik een oude, weerloze schrijver de kop op hol heb gebracht om van manzieke vrijster zonder reputatie een gerenommeerde weduwe te worden. Dat soort dingen. Ik vind het niet meer dan normaal dat ik er in een biografie, waar ik mijn medewerking aan verleen, zo voordelig mogelijk afkom. Hij was mijn man. Dus ben ik nu naarstig op zoek naar een biograaf die ik als vriend kan beschouwen.
In een goeie biografie kan vanzelfsprekend geen plaats worden ingeruimd voor de vriendinnen die mijn man heeft gehad. Die doen er niet toe, nu ik er ben. De biograaf met wie ik het contact nu heb verbroken liet nota bene de erotiek als een rode draad door de levensbeschrijving van mijn man lopen – en dat terwijl ik alle correspondenties met Simones, Henriëttes, Ina’s en Anna’s met de vuilnis heb meegegeven. In het leven van de schrijver van Kind tussen zeven vrouwen en De dokter en de lichte meisjes speelt de seksualiteit geen enkele rol. Zijn hoofd stond daar niet naar. Ik kan er een voorbeeld van geven. Hier. Dit schrijft mijn man in zijn dagboek, op de ochtend nadat ik hem, na veel bidden en smeken, voor het eerst in bed had gekregen. “Verschrikkelijke visioenen gehad vannacht. Angst dat dit voorboden zijn van een nieuwe depressie.” Dat bewijst duidelijk dat hij geen erotische man was.
Vorige maand vond ik nog tweeduizend brieven van hem aan Clara. Die persoon keert in zijn werk niet eens terug. Ze heeft dus geen rol gespeeld in zijn leven. Dat is dan geen materiaal voor een biografie. Aan zoiets help ik niet mee. Ik heb ze verbrand.
Mijn eerste contact met de biograaf verliep al onsympathiek. Hij begon met te zeggen dat hij “als biograaf” alles tot zijn beschikking moest krijgen: ook kladjes, agenda’s en dergelijke. Ik zie: je moet selecteren naar wat voor een beter begrip van het werk van belang is. Daar wilde hij niets van weten. Is dat nu de juiste mentaliteit voor een biograaf? Dus ben ik maar zelf met selecteren begonnen. Zo heb ik het dagboek van de huishoudster van mijn man in beton laten gieten en in de Lek gegooid. Ik was geschokt door de houding die er uit sprak. Ze schreef lelijke dingen over mij. Ze moet gewoon jaloers zijn geweest. Zulke kleinzielige personen die alleen maar rancune koesteren omdat ze geen boterbriefje hebben, die horen in een biografie toch niet de kans te krijgen de schijnwerper op zich zelf te richten? Ik ben de enige echte weduwe.
Drie hele bladzijden in het proefhoofdstuk dat ik onder ogen had waren gewijd aan een dame, Dolly genaamd. Die bladzijden danken hun ontstaan uitsluitend aan de scandaleuze interesses van de biograaf. Een zakelijker iemand zou aan Dolly niet meer dan een paar regels hebben gewijd, gezien de geringe betekenis die zij heeft gehad voor mijn man en mijn werk, sorry, ik bedoel het werk van mijn man. Een goeie biograaf zou trouwens weinig kunnen zeggen over de historie intime tussen Dolly en mijn man. Ik heb hun wederzijdse brieven in de Kennemer Duinen begraven. Ze waren niet interessant.
Zo kan ik doorgaan. Over heel wat vrouwen meer heeft de biograaf de euvele moed gehad op zoek te gaan naar gegevens van elders, terwijl hij van mij had kunnen horen dat die gegevens er niet waren.
Mijn man had een saai leven. Hij was heel gewoontjes. Anders was hij niet met mij getrouwd. Dus bbl… bbbl… bbblub…’
Interview met een schrijversweduwe : Mieke Vestdijk
____
