dinsdag 21 april 2009

De koude stoten van Parker’s drummer

Stevig en wijdbeens sta ik in een prachtig, ruim salon met een grote concertvleugel in de hoek. Brede Franse ramen en een terras buiten. Ik kijk op een grasplein dat rustig groent en groot is. De bomen zijn uitgebladerd en de witte zon tekent ze ten voeten uit. Vreemd stil is het hier. Nauwelijks hoor ik een adem, een teken maar van de aanwezigheid van een groot, zacht lijf. Om mij heen, aan de muren, hangen mijn eigen schilderijen op goed gekozen plaatsen en vrij goed belicht. Er zijn er zelfs bij die ik al verbrand heb. Ik loop door vele kamers. Alles is er even mooi, rustig en beheerst en precies alsof ik het zelf heb ingericht. Een tikje avant-garde, maar niet snob. Ik duw een deur open en sta in een kamer vol boekenkasten. Achter de schrijftafel zit een man. Een ogenblik blijf ik verwonderd staan. Ik ben op het punt een naam uit te spreken. Heb ik die man vroeger gezien? Zo… in de volle bloei van zijn leven, een beetje dik, waardig van uiterlijk, een fijn pak, twee reducties in het knoopsgat, grijs aan de slapen. Vrouwen houden van dat grijs, denk ik. Hij rookt een pijp met een steel in namaak-amber en hij peutert aan zijn neus. Hij rijst op, treedt op mij toe, omvat mijn beide handen en kijkt mij aan:
“Ik heb u verwacht,” zegt hij – hij heeft een tic aan het rechteroog – “doch ik kan me best voorstellen dat u verwonderd zijt.”
Het klinkt alles zeer gewoon en natuurlijk, maar toch voel ik een vleug verwondering in mij oprijzen, die mij even angstig maakt. Ik geloof dat ik wat sloom denk en dat mijn gedachten klank hebben en echo zelfs.
Plotseling, klaar als de dag, hoor ik de koude stoten van Parker’s drummer en ik herinner mij de begrafenis. Een spitse schok vliegt als een mes door mijn vlees, een koele angst rilt langs mijn rug, loopt om mijn borsten. Ik adem sneller.
“Benoem mij tot man,” zegt de vreemde. “Ik ben DE man. U zijt hier in uw eigen huis. Meer kan ik nu niet zeggen. De rest zult u beleven.”
Hij spreekt tot mij met een gedempte, bijna hese stem, als wilde hij mijn verbazing milderen en vertrouwen winnen.

Cynea capillata [fragment]
uit: De kardinaal komt niet : verhalen - Fernand Bonneure

____