zaterdag 18 april 2009

Lichtelijk in de wind

Een Nederlander die Het paard Ugo bespreekt, verwijt me dat ik schrijf ‘Hij was lichtelijk in de wind’. Dat, doceert hij, is een Anglicisme. Van Dale zegt echter: in de wind zijn, licht beschonken zijn. De uitdrukking ‘iets uitspoken’ is ook fout volgens deze autoriteit. Van Dale zegt: uitspoken; uitvoeren (in ongunstige zin). Enz. Wie schrijft er nu Nederlands? Dergelijke knappe jongens of wij? Het staat echter vast dat vele Nederlandse critici ons nog steeds als taalkundige ‘muiters’ beschouwen en dat hetgeen wij schrijven impliciet foutief moet zijn. Een beiaardier moet een carilloneur zijn, een gaanpad een trottoir, een verdieping is een étage. En zo tot in den treure. Dat de meeste Vlamingen een weinig correct Nederlands spreken en schrijven is niet te ontkennen, dat zij hun best doen om hun achterstand in te halen is echter ook een feit. Bredero had groot gelijk toen hij in De Spaanse Brabander de spot dreef met de corrupte taal der Brabandse rederijkers maar in die tijd schreef men nog algemeen Nederlands in de Noordelijke provinciën. Tegen het taalprovincialisme in ons land heb ik altijd geprotesteerd en ik ben van mening dat men moet schrijven zodanig dat men in Groningen en in Sichem kan begrepen worden zonder de lezer te dwingen naar Van Dale te grijpen. Sommige van mijn collega’s zijn echter van mening dat er niet alleen een superioriteitscomplex op taalkundig gebied bij de Nederlanders bestaat maar dat men ons ook taalkundig wil koloniseren. Terwijl zij zelf, zoals hierboven bewezen werd, helemaal niet zeker zijn van hun stuk.

Hollandia docet?? [fragment]
uit: Weer thuis : bedenkingen bij de dingen van onze dagen 1968-1972 - Marnix Gijsen

____