Is mijn kracht stenen kracht? Is mijn vlees staal?
Ik kan je stenigen of fusilleren.
Jij kunt het mij. Ik kan me niet verweren,
jij ook niet. Het is uitgedrukt in taal
dat vrij zou zijn wie met de dood heeft leren
leven. Maar wie geblinddoekt staat voor paal
blijft zonder zonden, steekt al helemaal
geen vinger uit om de eerste steen te keren.
Ben ik vrij om te willen wat ik wil?
De wil treedt terug in de oneindigheid.
Daar hoort ze thuis. Daar zie je geen verschil
van mijn en dijn, jou en mij, ruimte en tijd.
Smelt, kogel. Breek, geweer. Stenen, sta stil.
Sonnet, het is genoeg. Vrijheid. Vrijheid.
