Nu, een berg… Ik zag ondertussen in mijn leven al echte bergen en weet dat het niet eens een heuvel mag genoemd, doch amper een glooiing van het landschap, zegge anderhalve meter boven de zeespiegel. Maar minachtend erop neerkijken kan ik niet, want heel mijn jeugd en al mijn kinderbroeken heb ik er stukgemaakt. Als we na schooltijd uit de buurt verdwenen en maar niet meer terug opdaagden, zegden de ouderen van dagen met angst, en ook wat bitterheid: ‘Daar zijn ze wéér naar de Konijnberg!’
Het was er opwindend ver van huis en we stonden er aan vele gevaren bloot: we konden er heerlijk verongelukken, verdrinken in de sloot, verloren lopen of door boeren afgeranseld worden.
Hij heuvelde langzaam op, de Konijnberg, en brak dan almeteens af. En in die breuk groeven we een hol, zomaar, allen samen met onze kleine vinnige vingers, krabbend als jonge honden. Het was tussen twee hoge struiken in, men zag het hol bijna niet. O, we hebben daarin haast een heel zomerverlof doorgebracht, met spijt huiswaarts kerend iedere avond als de zon rood en groot onderging. We kwamen schuw en stil met duisternis weer thuis, en kregen troef.
We keerden als van verre tochten, blootsvoets, de schoenen aan elkaar geregen over de schouder, en in elke schoen een opgerolde sok gepropt. Ik herinner me Joost nog, die was bijgod iedere avond een sok kwijt. Zijn moe klopte er dan op, bovenarms. Ze zei: ‘En telkens één sok dan nog, wat moet ik met de andere aanvangen?’
De volgende avond was Joost de sokken kwijt, allebei, en riep hij van verre reeds, trots: ‘Moe, nu zijn ze het allebei!’
En of u het geloven wilt of niet, hij kreeg nog méér rammel.
Nu heeft de recherche een eenzame man ontdekt, een zwerver, die al wekenlang in een uitgegraven hol op de Konijnberg verbleef. Ik vraag me af… Maar nee, het kan niet meer dat zelfde hol zijn, na al die tijd. En het zal ook niemand van ons zijn geweest, bij wie het heimwee naar die onvergetelijke zomers van vroeger te zwaar heeft gewogen.
Joost kan het in elk geval niet zijn; die heb ik onlangs nog ontmoet. Hij was iets op de belastingen, zei hij me.
Op de Konijnberg
____
