dinsdag 12 mei 2009

De tijd doorprikt, de toekomst verlaten

‘Het oog om oog is niet genoeg. Ook
Het bestaan wordt onuitspreekbaar,
Als ongeboren woorden. Waarom dan,
Onzienlijk mijn zichtbaar einde?’

Wie zij ook was. Er is niemand meer,
De tijd doorprikt, de toekomst verlaten
En het leven verzwegen als voetstappen
Van vijanden. Zo werd verdwenen wat
Met zichzelf aanwezig is, onzichtbaar.

Deze slaap is de slaap niet. De droom
Wordt daad. En mijn nachten tederder
In de broze doos van mijn dood. Mijn
Lichaam schond ik niet, noch verwondde ik
De schoonheid. Ik ontbond de veeltermen
Van mijn bederf. In mijn mond sterft ijs.

334 APK 75, Paris (Voor Jean Seberg)
uit: Place des Vosges : gedichten - Nic van Bruggen

____