maandag 8 juni 2009

Buitenkant voet, binnenkant wreef

De meeste voetbaltrainers eten schotels uit een magnetron. Dat zeggen ze zelf om te koketteren met hun werkdruk, de slopende présence tussen bobo’s en slepers, hun ambitie die altijd groter is dan het leven. Trainers zijn luxueuze zwervers, en om nog een beetje van het volk te zijn, voeren ze een magnetron op. Of een doodzieke vrouw. De wereld moet weten dat hun leven een offer is.
Het is de grandeur van een schiettent op de kermis. Opeens sta je met een pluchen beer in de handen: blijk je geen kinderen te hebben. En gelachen dat er wordt om dit misverstand. Soldatenhumor is nog een variant van doodsangst, het gehinnik van de coaches betaald voetbal gaat nergens over. Of toch: een enkele keer bescheuren ze het om de domheid van hun voetballers. Lang na de wedstrijd, wel te verstaan. En petit comité.
Als ik het sportjournaille mag geloven, hebben de Rode Duivels in Georges Leekens een buitenaards wezen gevonden. Lef, eerlijkheid, kameraadschap, wijsheid, rechtlijnigheid, bravoure, een welbegrepen nationalisme… Leekens is gekloond naar de engelen in de hemel. Zou het? Hij schijnt ook heel vrolijk te kunnen zijn, op zijn ‘Brusselse avonden’, ver weg van de camera’s. Ook niet onbelangrijk want een leider met ‘leut’ kom je in dit beproefde tochtgat aan de Noordzee niet elke dag tegen.
‘Leekens is authentieker dan een oude eik’, juichen de bobo’s die zelf vis noch vlees zijn. Ik waag het dit te betwijfelen. Als voetballer was Leekens een geniepige doodschopper. Zo’n voorstopper met scheermesjes in de ellebogen. Uit die tijd dateert zijn reputatie als hielenlikker. Hij kon makkelijker een bestuur lezen dan de wedstrijd lezen. De heffe des volks was voor hem een kwestie van relationeel onderhoud met clubpotentaten. Nee, dit is geen karaktermoord, dit is een morele categorie die hem door zijn toenmalige ploegmaats wordt toegedicht. Een ijzervreter in de defensie, een slijmbal in de salons. Leeglopen uit de wonden van een ander, dat werk. Nou ja, een mens moet vooruitkomen in het leven.
Het grootste wapen van Georges Leekens is intimidatie met afstandsbediening. Hij schreeuwt zo hard dat vrouwen, veertig kilometer buiten de stad, hun eigen dood horen. Daar geniet Georges van. In het normale leven hebben mensen het dan over een bullebak. In het voetbal is zo’n schreeuwlelijk een held. Het is de Ku Klux Klan-achtige kant van veel trainers. Alleen Fi Van Hoof doet er niet aan mee. Fi heeft het altijd koud. Het is een inherente kou die hem in woord en gebaar strammer maakt dan hij is. Hij zit ingetogen op de bank, weggekropen achter een sigaretje. Een monnik op noppen.
Over het tactische genie van de bondscoach kan ik niet oordelen. Maar mensen die altijd staan te blazen als een zondvloedgekke kater zijn meestal beperkt als overdrachtskunstenaar. Zou Georges gebouwd zijn op castratieangst? Bang om ontmaskerd te worden als een nabootsertje zonder eigen ideeën? De manier waarop hij Albert en Scifo uit de selectie van de Rode Duivels heeft gewerkt – achter een waas van geregisseerde onschuld – geeft te denken. Het zal wel dat het collectief belangrijk is, maar er moet ook nog iets te dromen zijn. Buitenkant voet, binnenkant wreef, een omhaal of een hakje, de illusie van dat soort kunstjes moet wel over een elftal blijven hangen. Ik ga liever naar een partijtje rugby dan naar een ballet van 22 schoffelaars die elkaar in de weg lopen.
Leekens wil geen vedetten. Dat wil zeggen: hij wil geen voetballers die meer met de bal kunnen dan hij ooit vermocht. De bondscoach heeft zich in de affaire-Scifo opgesteld als een monster van goedertierenheid. Enzo heeft de handdoek gegooid, niet ik. Enzo heeft een probleem, niet ik. De hel zijn de anderen, nietwaar? Reken maar dat Scifo heel vakkundig tot een vlaag van wanhoop is getreiterd. Zoals Philippe Albert, dat gebinte gestold in spuug en ijzerdraad, ook heel subtiel elftalmoe is gemaakt. Scifo en Albert zijn autonomen, mannen met een weerwoord, daar kan de bondscoach niet zo goed tegen. Als voorbeeld van zijn grote objectiviteit komt hij nu met Luc Nilis voor de dag. Ook gepasseerd en weer in de armen gesloten. Ik weet wel hoe Luc over Leekens denkt, maar Nilis reserveert zijn weerwoord voor PSV. Daar ligt zijn belang, niet bij de Rode Duivels.
Leekens wil graag de Tobback van het Belgische voetbal zijn. Zoveel is zeker: ook hij verdraagt geen oppositie. Als het kon zou Georges, de Onverzettelijke, met 22 gevleugelde foetussen naar Frankrijk gaan.

Grandeur van een schiettent
uit: Omgewaaid staat netjes - Hugo Camps

____